Booking.com

 

Je hoeft niet bijzonder sportief te zijn om Queenstown te kunnen waarderen, maar het helpt wel. Het is de beste plek voor een avontuurlijke vakantie: het bungeejumpen werd er uitgevonden en het is een Mekka voor skiërs. In een land dat toch al niet te klagen heeft over schitterende landschappen en onvervuild natuurschoon, steekt Queenstown er nog eens bovenuit door de combinatie van prachtige natuur en mogelijkheden voor mensen om daarvan te genieten.

 

Hangend onder een zweefparachute heb je waarschijnlijk het mooiste uitzicht op de Remarkable Mountains

« Hangend onder een zweefparachute heb je waarschijnlijk het mooiste uitzicht op de Remarkable Mountains

 

Nog afgezien van de zorgvuldig gekoesterde 'adventure-scene' mag de stad zich verheugen in een bijna onovertroffen ligging tussen Lake Wakatiku en de terecht zo genoemde Remarkable Mountains. De bergen zijn toegankelijk (watje in dit diep getekende landschap niet van alle bergen kunt zeggen) en het klimaat is er heel aangenaam. In het westen ligt de natte, dicht beboste en dreigende kustlijn, met kliffen die steil aflopen naar zee; in het zuiden bevinden zich koele broeklanden. Maar Queenstown ligt op een beschutte plek, in de 'regen-schaduwzone' van de bergen en vlak bij een plek met bijna elk jaar de meeste uren zon van het land. Ofschoon er maar 2500 mensen permanent wonen, hangt er een kosmopolitische atmosfeer die tot uiting komt in de pizzeria's en Japanse theehuizen, en in een grote keuze uit dagelijks vers aangevoerde Nieuw-Zeelandse visspecialiteiten.

 

In het verleden was Queenstown een nederzetting van de Maori's, maar zij trokken er weg toen omstreeks 1855 de eerste westerse kolonisten arriveerden. In 1862 ontdekten twee schaapscheerders goud aan de oever van de Shotover River, en binnen een paar jaar kwam er een klassieke goldrush op gang, met bijpassende stad. Die kreeg een klassiek stratenpatroon, en links en rechts verrezen de schamele onderkomens van de duizenden immigranten die hier goud en geluk hoopten te vinden. Maar het goud raakte snel op, en maar weinigen vonden er geluk. Omstreeks 1900 was Queenstown niet veel meer dan een spookstad en woonden er nog maar een paar honderd mensen.

 

Op de Kawarau Bridge, in Arthurtown, is het bungeejumpen uitgevonden

 « Op de Kawarau Bridge, in Arthurtown, is het bungeejumpen uitgevonden

Natuurlijke voordelen

De Remarkable en de Eyre Mountains komen geologisch gezien nog maar pas kijken. Dat verklaart de scherpe contrasten tussen de steil oprijzende pieken en de diep uitgesneden rivierkloven. Nu hoef je geen fanatieke bungeejumper, deltavlieger, heteluchtballonvaarder of heli-glider te zijn (al zijn er wel faciliteiten voor alle vier de activiteiten) om ten volle te kunnen genieten van de verbluffende uitzichten over de omgeving. Je kunt heel rustig een cruise per stoomboot maken over Lake Wakatipu, het op een na grootste meer van South Island, dat over een afstand van 160 km tegen de bergachtige ruggengraat van het eiland ligt gevleid. Als alternatief kun je een wandeltocht boven langs de stad maken (op 900 m) of een tochtje maken met een gondelbaan. Wintersporters beweren dat Queenstown er 's winters het mooist bijligt, wanneer de plaatselijke bevolking soms op ski's naar haar werk moet. De après-ski behoort tot de beste van het land. De hellingen zijn niet meer dan ondergesneeuwde rotshellingen boven de lage boomgrens. In de herfst verkleuren de beukenbossen op de lager gelegen hellingen tot een mozaïek van goud en roodbruin, en dat is het beste seizoen voor het verkennen van de omgeving van Arrowtown, waar nog verscheidene gebouwen uit de tijd van de goudkoorts overeind staan.

 

De Nieuw-Zeelandse flora heeft zich in afzondering kunnen ontwikkelen, en meer dan 75 procent ervan komt nergens anders ter wereld voor. Datzelfde geldt voor de vogels. De kea, een van de grootste papegaaien ter wereld, is een beruchte gast in deze contreien. Wat het dier tekortkomt aan kleuren — saai bruingroen met een vleugje rood onder aan de vleugel —, compenseert het met zijn brutaliteit. Het zijn notoire dieven, met een uitgesproken voorkeur voor ruitenwissers van geparkeerde auto's.

 

Kicks met uitzicht

Het zomerseizoen is de tijd om de rivier op te gaan voor wat serieuze actie. Van Pipeline, op de plek waar vroeger een waterpijp lag, wordt gezegd dat je er de hoogste en langste vrije val aan een bungeekoord ter wereld kunt maken — 102 m. Op de ophangbrug van Kawarau (16 km van de gelijknamige stad) zijn uitkijkposten ingericht vanwaar je de durfallen goed naar beneden kunt zien vallen. Daarnaast kun je jezelf kippenvel bezorgen door deel te nemen aan een woeste tocht per jetboot door de kloven van de onstuimige Shotover en Kawarau, waarbij je over stroomversnellingen heen wordt geschoten, rakelings langs rotsen scheert en door messcherpe bochten scheurt in de diepe kloven. Je kunt er klassiek wild-water-raften maar ook de plaatselijke variant uitproberen op plastic sleeën.

 

Je kunt een tocht per jetboot maken over de stroomversnellingen van de Shotover River

« Je kunt een tocht per jetboot maken over de stroomversnellingen van de Shotover River

 

Wie in dit soort bergen wil mountainbiken, moet over een goede conditie beschikken, maar je kunt ook je fiets naar het hoogste punt laten brengen en dan alleen de afdaling doen. Je mag op alle bergpaden komen met je fiets. De grootste sensatie voor trekkers is een driedaagse tocht naar de Milford Sound over de 40 km lange Routeburn Track. Onderweg zijn speciale overnachtingsfaciliteiten ingericht. Niet alle activiteiten hoeven even avontuurlijk te zijn. Heel kalm gaat het eraan toe op een cruise over Lake Wakatipu (boven), een van de grootste meren van Nieuw-Zeeland.

 

Het achtste wereldwonder

Vanaf het kleine vliegveld van Queenstown kom je na een korte vlucht aan bij wat Rudyard Kipling ooit omschreef als 'het achtste wereldwonder'. De Milford Sound aan de westkust is 15 km lang en wordt omgeven door rotsen die op sommige plaatsen wel 1200 m hoog zijn en waar links en rechts reusachtige watervallen rechtstreeks in zee storten. Een cruise op de Sound mag niemand missen, want je kunt er doorvaren tot helemaal aan de spectaculaire Bowen Falls, de Stirling Falls en Mitre Peak, die 1700 m hoog, als een piramide, oprijst uit zee. Terug op het land kun je de nacht doorbrengen in het plaatsje Milford Sound, waar de accommodatie niet veel voorstelt, of 160 km naar het zuiden rijden naar Te Anau aan het Lake Te Anau, een prachtig bergmeer.

 

Praktische tips

  • Hoe kom je er: door de lucht vanuit Auckland, Christchurch en verscheidene aansluitende binnenlandse vluchten; per bus vanuit Christchurch, Dunedin en Invercargill.
  • Munteenheid: New Zealand dollar. Geen problemen met wisselen.
  • Beste reistijd: november-april, dan valt er niet zoveel regen, al kunnen het hele jaar door plotseling felle stormen de kop opsteken. De temperaturen variëren sterk naargelang de hoogte. De grootste drukte heerst er tijdens de Nieuw-Zeelandse vakanties, december-januari.
  • Accommodatie: in Queenstown zijn veel hotels, maar in het hoogseizoen raken die allemaal volledig bezet, dus van tevoren boeken kan geen kwaad.
  • Extra meenemen: zonnebril en zonnebrand. In november ligt het gat in de ozonlaag pal boven Nieuw-Zeeland. Een regenjas en een trui komen vast ook van pas, evenals warme kleren in de winter.

 

Booking.com

 

 

Rotorua, zowel de stad als het meer, ligt op een breukvlak van geothermische activiteit, tussen het grote vulkanische plateau en de krater van de Taupo in het zuiden en White Island in de Bay of Plenty. Op sommige plaatsen is de aardkorst hier zo dun dat kokende modder naar de oppervlakte bubbelt en stralen stoom en kokend water door de bodem omhoog worden gespoten.

 

Hoge en lage, lange en korte kokende modderbubbels borrelen op

« Hoge en lage, lange en korte kokende modderbubbels borrelen op

 

Hoe dichter je bij 'Rottenrua', zoals de stad plaatselijk bekendstaat, komt, des te doordringender wordt de geur van rotte eieren (waterstofsulfide — H2S) als gevolg van geothermische activiteit. Maar na een halfuur ruik je die bijna niet meer. Tijdens een verkenningstocht langs het meer en de directe omgeving word je voortdurend verrast door uit de grond opspuitende stoomzuilen. Het zijn gorgelende heetwaterbronnen; van de plassen water die ze achterlaten, zijn de randen roze, rood en groen door de achtergebleven mineralen. Ondertussen brengen de modderpoelen geluiden ten gehore die variëren van diep geplof tot hoog gepiep.

 

Het best kun je een auto huren, zodat je de natuur buiten de grote attracties kunt verkennen. Per jaar komen ongeveer een miljoen toeristen naar Nieuw-Zeeland, van wie de meesten naar Rotorua komen. Overigens is het niet moeilijk aan die hordes te ontsnappen. Rij je over North Island ten zuiden van Auckland, dan krijg je een schitterende dwarsdoorsnede van landschappen voorgeschoteld: tussen de golvende heuvels liggen de met witte hekken, afgerasterde stoeterijen en galoppeerterrei-nen, het landelijke plaatsje Hamilton en een groot areaal maagdelijk bos. Of je gaat naar de schitterde havenplaatsje Tauranga (Maori voor 'Kanorustplaats') in de Bay of Plenty, midden in 'kiwiland'.

 

De Whakarewarewa doet Rotorua's reputatie als een van de drie beste plekken ter wereld om geisers aan het werk te zien, alle eer aan

« De Whakarewarewa doet Rotorua's reputatie als een van de drie beste plekken ter wereld om geisers aan het werk te zien, alle eer aan

 

De drukst bezochte en spectaculairste geisers liggen in Whakarewarewa Thermal Reserve, ten zuiden van het meer, waar de Pohutu minutenlang pluimen kokend heet water van wel 30 m hoog de lucht in schiet. Om rond de geisers te wandelen, moet je entree betalen. Als je niet door een plotselinge eruptie geschroeid wilt worden, moetje op de aangegeven paden blijven. In Heli's Gate, 16 km oostelijker, zijn weliswaar geen geisers, maar er is meer dan genoeg stoom, en verraderlijk heet water dat uit kloven komt gespoten. Het is de grootste heetwater-val op het zuidelijk halfrond. Er komen veel minder toeristen en het is aanzienlijk goedkoper.

 

Eeuwenoude tradities

De Maori's maken al sinds hun komst naar dit eiland, waarschijnlijk in de 14de eeuw, gebruik van de natuurlijke bronnen van Rotorua om te wassen, koken en te baden. De warme aarde wordt bijvoorbeeld gebruikt bij de enige inheemse Nieuw-Zeelandse kookwijze. Het eten wordt in mandjes gelegd en afgedekt met natte doeken en gestoomd in aarden ovens. Specialiteiten zijn gerookt varkensvlees en zoete aardappelen. Op aanraden van een plaatselijk toeristenbureau kun je naar een speciale gelegenheid gaan waar Maori-muziek en Maori-dans wordt opgevoerd en de kneepjes van de hongi (de traditionele Maori-groet waarbij men voorzichtig met de neuzen tegen elkaar wrijft) uit de doeken worden gedaan.

 

De cultuur van de Maori's is nog springlevend, zoals blijkt uit een bezoek aan het Museum of Art and History in Rotorua en in Whakarewarewa, of'Whaka', een nagebouwd Maori-dorp. In Ohinemutu, een Maori-dorp aan een meer dat bijna is opgeslokt door de voorsteden van Rotorua, bubbelen stoomwolken op naast de Anglicaanse St. Faith's Church. In die kerk bevinden zich schitterende Maori-sculpturen, geverfd krulwerk en een modern glas-in-loodraam met daarop afgebeeld een Christus, gehuld in een gevederde Maori-mantel.

 

Mineralen hopen zich op aan de randen van de altijd bubbelende Champagne Pool in Waiotapu, 30 km ten zuiden van Rotorua

 « Mineralen hopen zich op aan de randen van de altijd bubbelende Champagne Pool in Waiotapu, 30 km ten zuiden van Rotorua

De kracht van het water

De Maori's kennen al eeuwenlang de medicinale eigenschappen van het water uit Rotorua. Pas aan het einde van de 19de eeuw begon de stad zich tot een mondain kuuroord te ontwikkelen. Er kwamen Europeanen naar toe in de hoop genezing te vinden voor talloze klachten en kwaaltjes door het drinken van, of te baden in, het mineraalrijke water.

 

Tegenwoordig kun je terecht in zowel badhuizen in Rotorua, aan de oever van het meer, als in Walkite Thermal Mineral Baths, 30 km verder, in een openbare minerale poel waarvan het water het hele jaar door 39 graden blijft.

 

Je kunt ook op een actievere manier van het water van Rotorua genieten in de vorm van watersport en cruises op het meer, en verderop, in de omringende bergen, wildwaterraften in de kloven van de Kaituna en Rangitaiki. Je loopt dan wel het risico datje een van de andere attracties van deze streek misloopt: de ongelooflijke overvloed aan forel. Aan het einde van de 19de eeuw werd deze vis hier geïntroduceerd, en kennelijk heeft hij het goed naar zijn zin in het heldere water van Lake Rotorua. Daar beweert men dat je nergens ter wereld zo goed op forel kunt vissen. Wat het waarheidsgehalte van dat visserslatijn is, moetje zelf maar uitzoeken, maar je hebt wel een visakte nodig. Je kunt een bootje huren en het meer op varen, of aan de waterkant je hengel uitwerpen. Er komen heel wat bergstroompjes vol forel uit in het meer. De beste plekken om te vissen, schijnen Rainbow Springs Trout en Wildlife Sanctuary te zijn.

 

De Te Arawa, een groep Maori's die vanuit Polynesië in de 14de eeuw naar Nieuw-Zeeland kwam, werden aangetrokken door de natuurlijke kookmogelijkheden in Rotorua

« De Te Arawa, een groep Maori's die vanuit Polynesië in de 14de eeuw naar Nieuw-Zeeland kwam, werden aangetrokken door de natuurlijke kookmogelijkheden in Rotorua

 

De Pink and White Terraces, ontstaan door het neerslaan van kiezelaarde als gevolg van de vulkanische activiteit van Mount Tarawera, waren een legendarische 19de-eeuwse toeristenattractie — totdat er weinig meer van overbleef na een heftige eruptie in 1886. In het dorpje Te Wairoa, dat volledig werd bedolven onder vulkanische as, kwamen 150 mensen om het leven.Tegenwoordig kun je de uitgegraven resten van dit verwoeste dorpje bezoeken. Tijdens een rondvlucht over de krater kun je je een beeld proberen te vormen van de enorme krachten die de berg open hebben gespleten. Tarawera is de grootste berg in de omgeving (1110 m). Hier stuitje ook óp verdwijngaten, een onderaardse rivier, watervallen en thermale gebieden. De weg vanuit Rotorua is verrassend mooi, je komt langs het Blue Lake en het Green Lake, die hun respectievelijke namen alle eer aandoen.

 

Praktische tips

  • Beste reistijd: zomer (december-maart), maar probeer het hoogseizoen te vermijden (vóór en na nieuwjaar).
  • Visseizoen: oktober—juni.
  • Klimaat: het hele jaar door subtropisch-zelden kouder dan 20 en warmer dan 28 graden. Hét hele jaar door regen.
  • Extra meenemen: zonnebrand, zonnebril, zonnehoed, een trui voor frisse avonden, waterdichte kleding.
  • Munteenheid: New Zealand dollar.
  • Souvenirs: Maori-kunstnijverheidsartikelen.
  • Accommodatie: meer dan voldoende in Rotorua, behalve in het hoogseizoen.
  • Let op: het geven van fooien wordt in Nieuw-Zeeland niet altijd op prijs gesteld.

 

Booking.com

 

 

Vergeleken bij het Groot Barrièrerif, een keten koraalriffen vóór de kust van Noordoost Australië, verzinkt elk ander koraal ter wereld in het niet. Nergens kom je onder water zo'n ecologische verscheidenheid tegen.

 

Duikers kunnen een reuzenmossel tegenkomen, die wel 1 m lang kan worden en 200 kilo kan wegen

« Duikers kunnen een reuzenmossel tegenkomen, die wel 1 m lang kan worden en 200 kilo kan wegen

 

Voor een boottocht langs de kust van Queensland moet je vroeg opstaan. Bij het ochtendgloren zie je een streep van witte brekers aan de horizon, en je voelt hoe de stemming van de zee begint te veranderen als ze over ondieper water golft en het koraalrif nadert. Op het ondiepste punt kun je op het rif gaan staan (doe wel schoenen aan tegen de messcherpe koraalranden). Boven de waterlijn ben je aan alle kanten omgeven door water; kijk je omlaag, dan zie je door het kristalheldere water een caleidoscoop van onderzees leven krioelen. Koralen als versteende planten in kleuren van perzik tot roze en wit bieden onderkomen aan zeedieren die allemaal een plekje willen bemachtigen in het warme, zonovergoten en zuurstofrijke water van het rif. Je ziet er zeelelies, sponzen, zee-egels, anemonen, venusschelpen en vissen die soms zulke felle keuren hebben dat het lijkt alsof ze geverfd zijn en elkaar willen aftroeven in felheid en patronen.

 

Vitale statistieken

Het Groot Barrièrerif, dat inmiddels 8000 jaar oud is, is het grootste bouwsel ter wereld dat door levende organismen is gemaakt en prijkt op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Het is een keten van meer dan 2900 afzonderlijke riffen en 700 eilanden die zich uitstrekt over een afstand van 2000 km, van Fraser Island, even ten zuiden van de Steenbokskeerkring, tot aan Cape York en Straat Torres, ten zuiden van Papoea-Nieuw-Guinea. Op het zuidelijkste punt ligt het rif 320 km uit de kust, maar in het noorden is dat veel minder en is het rif ook minder gefragmenteerd.

 

Koraalriffen zijn fijnmazige structuren, opgebouwd uit de skeletten van levende wezens, koraalpoliepen. Nieuwe generaties poliepen hechten zich aan de resten van hun voorgangers en sterven op hun beurt. Aldus bouwt generatie na generatie aan het rif, ongeveer 2,5 cm per jaar. De skeletten zijn wit; de roze, nog steeds levende toplaag van de poliepen verleent het rif het roze waas.

 

Langs de kust liggen 25 eilanden met toeristenfaciliteiten. Hinchinbrook Island, hier gezien vanaf Goold Island, is nagenoeg ongerept

« Langs de kust liggen 25 eilanden met toeristenfaciliteiten. Hinchinbrook Island, hier gezien vanaf Goold Island, is nagenoeg ongerept

 

Koraalpoliepen zijn kieskeurige wezens, die niet goed tegen water van minder dan 20 graden kunnen. Dat verklaart de zuidelijke grens van het rif. Om diezelfde reden komen ze niet voor in de modderige monding van de Fly River in Papoea-Nieuw-Guinea. Koralen gedijen evenmin onder de 30 m, omdat ze zonlicht nodig hebben. In de buurt van Orpheus Island kun je gedurende een aantal nachten na volle maan de verschillende soorten zich tegelijkertijd zien voortplanten. Het anders zo kristalheldere water verandert in een woeste onderzeese sneeuwstorm, als miljoenen wolkjes sperma en eitjes omhoogschieten vanuit het rif en openbarsten.

 

Een evenwichtig milieu

In het rifgebied komen ongeveer 1500 vissoorten voor en 4000 soorten weekdieren. Grotere dieren zijn de riendelijke doejongs (inheemse zeekoeien), groene zeeschildpadden en buitruggen, die 's winters hierheen komen vanuit Antarctica. Er komen ook minder geziene gasten voor: in de warme maanden (november—april) melden zich dodelijke kwallen aan de noordelijke stranden van het rif. Je ziet ze alleen in kraakhelder water. Ga dus alleen zwemmen als de plaatselijke bevolking zegt dat het kan. Vraag het ook op Great Keppel Island, waar je meestal het hele jaar door goed kunt zwemmen. Een ander risico vormen zoutwaterkrokodillen, maar voor meer overlast zorgen schorpioenvissen met hun schitterende maar bijzonder giftige stekels, en steenvissen, die bijna niet te onderscheiden zijn van de bodem waarop ze liggen. Ook zeeslangen kunnen voor problemen zorgen, maar vreemd genoeg doet de alom gevreesde haai dat niet. Ondanks de reusachtige rijkdom van dit onderzeese leven is het ecologische evenwicht erg kwetsbaar. Een aantal jaren geleden zetten doornenkronen (een soort zeester) zich aan het verorberen van het rif; het gevaar lijkt inmiddels wat afgenomen. De grondregel bij zeesterren luidt: wel ernaar kijken maar niet aanraken.

 

Heel mooi is ook het bezichtigen van het rif door de glazen bodem van een boot of door een duikbril. Duiklessen nemen is de moeite waard. Dit is immers niet alleen de mooiste plek ter wereld voor scuba-duiken, maar ook de goedkoopste. Vanaf de meeste koraaleilanden of riffen kun je gaan duiken, want ze staan per snelle catamaran of helikopter in verbinding met Airlie Beach, Townsville en Cairns op het vasteland. Bij het 68.000 inwoners tellende Cairns ligt het rif maar een paar kilometer uit de kust.

 

Terug op het vasteland

Great Keppel Island is'het restant van een berg op het vasteland dat duizenden jaren geleden onder water liep als gevolg van het stijgen van de zeespiegel. Op dit soort eilanden en de Whitsunday Islands kun je even bijkomen van al het onderzeese kleurengeweld door te gaan wandelen in de heuvels en kennis te maken met de inheemse flora en fauna. Of je kunt naar een van de 211 Nationale Parken van Queensland. Een aanrader is Endeavour River National Park in de buurt van Cooktown, waar je prachtige voorbeelden hebt van aboriginal rotskunst.

 

De Gold Coast zou de beste plek in Australië zijn om te surfen

« De Gold Coast zou de beste plek in Australië zijn om te surfen

 

In de bergen tussen Cairns en Townsville kun je op de rivierenTully en North Johnstone heerlijk raften. Weliswaar is de Tully, door de aanleg van een waterkrachtcentrale, niet meer zo woest als voorheen, maar vroeger heeft hij een diepe kloof in het landschap uitgeslepen — nu een National Park — in een met tropisch regenwoud overwoekerd plateau.

 

Een schilderachtig spoorlijntje worstelt zich 30 km omhoog vanuit Cairns naar Kuranda. Het werd met veel geld en moeite aangelegd in 1888, en gaat over tientallen bruggen en door tal van tunnels. Je komt voorbij de Baron Gorge en de watervallen, die het spectaculairst zijn vlak na het regenseizoen, en eindigt in het 750 zielen tellende stadje Kuranda, een populair kuuroord. Hier is een Wildlife Noctarium ingericht, waar je inheemse dieren in nagebootste nachtelijke omstandigheden kunt bekijken.

 

Praktische tips

  • Luchthavens: Cairns, Brisbane, tal van kleinere luchthavens.
  • Beste reistijd: april-december. Aan de kust daalt het kwik nooit onder de 20 graden.
  • Extra meenemen: zonnebrand, zonnehoeden, zaklantaarn, schoenen om op het koraal te lopen.
  • Activiteiten: snorkelen, (scuba) duiken, zwemmen, bootexcursies, wandelen op Great Keppel Island.

 

Booking.com

 

 

Tasmanië, op 4 november 1642 ontdekt door Abel Tasman en naar Tasmans opdrachtgever en toenmalig gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Anthony van Diemen, Van Diemensland genoemd, ligt in het zuidoosten van Australië en heeft een bijzonder ruig landschap. Het is er opmerkelijk koeler, natter en windiger dan op het Australische continent. Hoge kliffen langs de zuid- en zuidwestelijke kust kijken tenslotte uit op het niet eens zo ver verwijderde Antarctica.

 

Struikgewassen liggen verspreid aan de oevers van Lake St. Clair

« Struikgewassen liggen verspreid aan de oevers van Lake St. Clair

 

Het National Park rond Cradle Mountain en Lake St. Clair is 132 ha groot en wordt gekenmerkt door steile, puntige pieken, diepe, door ijs uitgeslepen dalen en meren en woeste gronden en gevarieerde fauna. De dunne deklaag, het struikgewas en de kale rotsen getuigen allemaal van de snelle terugtocht van de gletsjers tijdens de laatste ijstijd. In het voorjaar en vroege zomer groeien overal bloemen in het wild, en in de herfst worden de toch al bonte kleuren van de herfstbladeren nog eens extra in vuur en vlam gezet door de nothofagus (een beuk), waarvan de bladeren in korte tijd verkleuren van lichtgroen naar goud en rood. Ondanks de populariteit van het park — in het hoogseizoen beginnen soms wel meer dan 100 mensen per dag aan de enerverende wandeltocht — is de woeste natuur bijzonder goed bewaard gebleven.

 

Wandelen door de wildernis

Er zijn tal van dagtochten in dit gebied, maar de meeste wandelaars voelen zich aangetrokken tot de 85 km lange O ver land Track van Cradle Valley naar Cynthia Bay aan de voet van Lake St. Clair. Je kunt de route in beide richtingen lopen, maar de meeste wandelaars lopen van noord naar zuid, van de boswachterspost bij Cradle Mountain naar de post bij Derwent Bridge. Afhankelijk van je tempo kun je de tocht in 5 a 7 dagen doen, maar je kunt natuurlijk ook Mount Ossa beklimmen, en dan ben je al gauw 8 a 10 dagen onderweg. Voordat je vertrekt, moet je nog je naam schrijven in het logboek bij Waldheim Chalet en nog eens als je de tocht hebt voltooid. Ook word je geacht je voor vertrek te melden bij het 'park ranger station' en familie en vrienden van je plannen op de hoogte te brengen, zodat er bij vermissing een zoektocht kan worden georganiseerd.

 

Veel tochten beginnen bij Dove Lake, maar een van de mooiste tochten gaat rondom het meer

« Veel tochten beginnen bij Dove Lake, maar een van de mooiste tochten gaat rondom het meer

 

Goed getrainde wandelaars hebben een voorkeur voor de winter, wanneer de hei onder een sneeuwdeken schuilgaat en de bergpieken fel wit afsteken tegen een diepblauwe lucht — geen spoortje luchtvervuiling te bekennen, 's Zomers kunnen er stevige buien vallen en kan het dagen achtereen bewolkt blijven. Over de hele lengte is de route goed aangegeven en er zijn 12 onbewaakte overnachtingshutten. Wie daar verzekerd wil zijn van een plaats, kan maar beter vroeg op pad gaan, want de bezetting van de hutten gaat op basis van wie het eerst komt.

 

De eerste etappe begint in Cradle Valley, die bezaaid is met eucalyptusbomen — let op de sneeuwgomboom -, en 5 a 6 uur later en 13 km verder arriveer je bij de Waterfall Valley-hutten. Vanaf Marions Lookout heb je bij helder weer een prachtig uitzicht op Cradle Mountain en zijn reflectie in het meer. Even voorbij Kitchen Hut is een met borden aangegeven weg naar de top van Cradle Mountain, een bijzonder steil, rotspad. Er zijn talloze watervallen op een paar honderd meter van de Overland Track.

 

Vanuit Waterfall Valley loop je 13 km naar Lake Windemere over een scherpe richel en vervolgens over open heide en bossen die de wandelaars regelmatig doen denken aan het landschap in de Schotse Hooglanden. Aan de oevers van Lake Windemere is- een moderne, verwarmde hut gebouwd met 28 slaapplaatsen.

 

De overal goed aangegeven route gaat vervolgens verder door een gebied dat wordt gekenmerkt door zowel eucalyptusbossen als moerasachtige vlakten.Ten slotte kom je aan in Cynthia Bay aan Lake St. Clair. Daar kun je kiezen uit diverse, minder vermoeiende alternatieven. Zo zijn er verscheidene eendaagse wandeltochten vanuit Cradle Valley. Voor advies over welke tochten je onder welke weersomstandigheden het best kunt doen, kun je terecht bij het Visitor Center. Voor de 6 km lange tocht rondom het Dove Lake heb je ruim 2 uur nodig, maar het uitzicht is alleszins de moeite waard.

 

Praktische tips

  • Luchthavens: Burnie, Devonport, Launceston, Hobart.
  • Vervoer: het National Park en de OverlandTrack zijn eenvoudig per bus te bereiken vanuit Launceston in het noorden en Hobart in het zuiden.
  • Afstanden: de Overland Track is 85 km lang en is in 5 a 7 dagen te lopen.
  • Beste reistijd: november-april, wanneer het weer niet zo wisselvallig is. Maarten april zijn de beste wandelmaanden.
  • Vergunningen: van eendaagse vergunning tot een twee maanden geldende vergunning voor alle nationale parken in Tasmanië. Er wordt gecontroleerd door parkwachters, die overtreders ter plekke mogen bekeuren.
  • Extra meenemen: wees voorbereid op extreme weersomstandigheden; slaapmatje en koude-bestendige slaapzak; zeer goede wandelschoenen.
  • Accommodatie en voorraden: op tal van plekken in het park zijn hutten gebouwd; verder zijn er kampeerterreinen, kampeerhuisjes en pensions aan het begin en einde van de route, ledereen moet een tent bij zich hebben, want de hutten zijn soms vol. In het park is het maken van vuur verboden. Aan het begin en einde kun je wat eten en drinken inslaan.

 

Booking.com

 

 

Vanuit Alice Springs rij je in zuidwestelijke richting over de Stuart Highway het ongetemde hart van Australië in, een oeroud verlaten landschap dat zwaar geteisterd is door wind en water. De monotonie van het verlaten scrubland (met struikgewas bedekt gebied) wordt afgewisseld door ruwe en felle kleuren amber, rood en goud van de rotsen, door droge rivierbeddingen met hun grillige loop, als gevolg van zeldzame maar heftige stortbuien, en de flikkerende, uitgestrekte witte zoutpannen op de plek waar ondiepe meren zijn verdampt. Een dissonant in dit landschap is de Out-back Camel Farm in Stuarts Well, ruim 90 km zuidelijker. Australië is het enige land ter wereld waar nog kuddes kamelen in het wild voorkomen — naar schatting zo'n 15.000 in totaal. Het zijn nakomelingen van de kamelen die de eerste kolonisten in de 19de eeuw hebben meegenomen.

 

Rotsen nabij Alice Springs. Een groot deel van deze "woestijn-ijsberg" ligt onder de grond

« Rotsen nabij Alice Springs. Een groot deel van deze "woestijn-ijsberg" ligt onder de grond

 

Verder landinwaarts kun je een omweg maken van de Stuart Highway naar Chambers Pillar, een zandstenen monoliet op een paar uur rijden naar het zuidoosten aan de rand van de Simpson-woestijn, en naar Kings Canyon, ruim 300 km van Alice Springs. Je hebt er adembenemende uitzichten op de 100 m hoge canyonmuren en kunt een bezoek brengen aan de 'verloren stad', een labyrint van verweerde koepels, en de 'Hof van Eden', een verzonken vallei met altijd vochtige waterpoelen en een weelderige vegetatie.

 

Maar in deze doorgaans dorre uitgestrektheid gaat er niets boven de eerste blik op Uluru/Ayers Rock, een bijna 350 m hoge zandstenen monoliet op 460 km van Alice Springs. De eerste Europeaan die de rots te zien kreeg, in 1872, was landmeter Ernest Giles. Een jaar later werd de rots beklommen door William Gosse, die hem omschreef als 'veruit het wonderbaarlijkste natuurverschijnsel dat ik ooit heb aanschouwd'. Hij vernoemde de rots naar Henry Ayers, de toenmalige premier van de kolonie South Australia. Tegenwoordig wordt de rots aangeduid met zijn aboriginal naam, Uluru, een verwijzing naar een rotsgat helemaal boven op de monoliet. Er zijn tal van heilige plekken aan de voet van deze merkwaardige verlaten rots. Meestal zijn deze heiligdommen voor bezoekers gesloten, maar parkwachters kunnen wel uitleg geven over wat ze voor de aboriginals te betekenen hebben.

 

In 1985 werd de eigendom van de rots weer teruggegeven aan de aboriginals. Met tegenzin accepteerden die echter de onvermijdelijkheid van het toerisme, en gaven de rots als 'lease' weer terug aan de federale overheid.

 

De zonsondergangshow

Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam slechts een handvol reizigers per kameel naar Uluru onder leiding van plaatselijke veeboeren; de geasfalteerde weg dateert van 1948. Het Ayers Rock Resort is 20 km verderop uit de grond gestampt, aan de rand van het Uluru-Kata Tjuta National Park en is per vliegtuig vanuit Alice Springs te bereiken.

 

Aboriginal graveerwerk in rotsen nabij Alice Springs

« Aboriginal graveerwerk in rotsen nabij Alice Springs

 

Foto's noch beschrijvingen kunnen de aantrekkingskracht en bizarre schoonheid van de rots recht laten wedervaren. Hoe dichter je erbij komt, des te mooier, grootser, ronder, steiler, zelfs zachter, als een nog ademend prehistorisch monster hij wordt. De rots heeft een omtrek van 9,6 km. Men gaat ervan uit dat er nog 2500 m rots onder het zand ligt. Technisch gesproken is dit een zogenaamde Inselberg (een vrijstaande berg in een vlakte) die 500 miljoen jaar geleden door bewegingen van en in de aarde omhoog werd geduwd.

 

De klim omhoog (1,5 km) duurt gemiddeld twee uur. Er hangt een ketting langs het steilste gedeelte in het begin maar er is geen hek. 's Zomers mag je na 8 uur 's ochtends de rots niet meer op, want de temperatuur kan er dan oplopen tot bijna 40 graden. Ook als het hard waait of regent, is de rots gesloten, en 's winters kan het er bar koud zijn. Mensen met hartklachten of hoogtevrees kunnen beter beneden blijven.

 

Voor een korte maar sensationele belevenis moet je de auto nemen naar de niet te missen plek in het westen die staat aangeduid als Sunset Viewing Spot. In hoog tempo verandert de kleur van de rots, van geel naar oranje en vervolgens van rood en purper naar scharlaken rood, alsof de warmte van binnenuit naar buiten komt. De kleurenshow duurt maar eventjes, daarna zinkt de rots weg in dof-bruin en lijkt dan op te lossen in de snel vallende duisternis. De zeldzame keren dat het regent, krijgt de rots een onheilspellende zwart-metal-lieke glans.

 

Vele hoofden en winderige valleien

Het Uluru-Kata Tjuta National Park bestrijkt een oppervlakte van 132.560 ha. Doordat er maar 200 mm regen per jaar valt, is de vegetatie er beperkt tot wat struikgewas. Maar als er 's zomers een paar malse buien vallen, vindt er een explosie plaats van wilde bloemen, waaronder Stuart's Desert Rose, die in het wapen van de Northern Territory is verwerkt.

 

Op ongeveer 30 km ten westen van Uluru verrijzen The Olgas, een groep van 36, op eieren lijkende rotskoepels die ooit onder het water van een reeds lang verdwenen zee lagen. Tegenwoordig staan The Olgas vooral bekend onder de aboriginalnaam Anangu. Kata Tjuta betekent 'vele hoofden' .Waar de rotsen die naam aan te danken hebben, is al van verre voor iedereen zichtbaar. Door de eeuwen heen zijn ze uitgeslepen tot reusachtige, zwaar getekende kale koepels van graniet en basalt, die met zand en modder bijeen worden gehouden. De grootste is wel 200 m hoger dan Uluru. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in de rechtspraak van de aboriginals.

 

Verscholen achter de monsterachtige kale koepels van Kata Tjuta/The Olgas in het Uluru-Kata Tjuta National Park, ten westen van Uluru, ligt de spookachtige Valley of the Winds

« Verscholen achter de monsterachtige kale koepels van Kata Tjuta/The Olgas in het Uluru-Kata Tjuta National Park, ten westen van Uluru, ligt de spookachtige Valley of the Winds

 

Een wandeling die je nog lang zal heugen, gaat van de noordelijkste parking door de Valley of the Winds. De schaduwen spelen over de rotsen en de wind waait er mysterieus, ook al is het bijna windstil. Maar het is ook een groene oase in deze droge wildernis, waar madeliefjes groeien naast muntstruiken en acacia's. In schaduwrijke rotsspleten, waar het schaarse regenwater lang kan blijven staan, kan een aantal bijzonder exotische planten tot wasdom komen, zoals een op een perzik lijkende quandong, met zijn wasachtige, blauwgroene bladeren, en ander eetbaar fruit.

 

Uluru is een belangrijk trefpunt op de 'Droomsporen', de mythische en heilige paden die kriskras door het land lopen en de reizen van voorouders markeren toen die het weerbarstige Australische landschap vorm gaven.

 

Praktische tips

  • Hoe kom je er: vlieg naar Alice Springs en vlieg of rij rechtstreeks naar het vliegveld van Ayers Rock Resort.
  • Klimaat: uitgesproken continentaal, met hete zomers - tussen november en maart kan het wel 45 graden worden en verrassend koude winters; bij onbewolkte hemel kan het dan makkelijk gaan vriezen.
  • Beste reistijd: april—oktober.
  • Dichtstbijzijnde stad/-luchthaven: Ayers Rock Resort, 20 km van Uluru, is het servicecentrum van het park.
  • Activiteiten: maak een vlucht over Uluru; een nachtshow onder de blote hemel met legendes van Anangu (The Olgas); kijken hoe de rots van kleur verandert bij zonsop-en zonsondergang; rondleidingen van parkwachters; bezoek aan het Cultural Center.
  • Souvenirs: kunstvoorwerpen van aboriginals, schilderijen, batikstoffen (alleen bij speciale tentoonstellingen), en graveerwerk.
  • Extra meenemen: zonnescherm, hoeden, waterflessen, gemakkelijke kleding.

 

Booking.com

 

Booking.com