Van de talrijke tempels in Kyoto wordt er een op een speciale manier vereerd, en niet alleen door boeddhisten. In de 13de-eeuwse Hal van de 33 Baaien staan 1001 vergulde boeddha's, tien rijen diep in honderd diagonale lijnen. Ze werden gemaakt om de wereld voor de ondergang te behoeden, en dat is hun zeker gelukt, want in 1945 was Kyoto een van de steden waarop de Amerikanen een atoombom wilden laten vallen. Daartegen maakte de japanoloog en kunsthistoricus Langdon Warner bezwaar, omdat in zijn ogen de voormalige Japanse hoofdstad de culturele schatkamer van Japan was.

 

Het Kinkaku-ji (Gouden Paviljoen) is een kopie van het 14de-eeuwse origineel dat in 1950 afbrandde. In 1988 werd het gebouw opnieuw verguld

« Het Kinkaku-ji (Gouden Paviljoen) is een kopie van het 14de-eeuwse origineel dat in 1950 afbrandde. In 1988 werd het gebouw opnieuw verguld

 

Als ze Kyoto verwoestten, zouden ze niet alleen de tegenstand van het land breken, maar de essentie ervan vernietigen. Die essentie is overgebleven, niet alleen in tempels als die van de Hal van de 33 Baaien, maar ook in de galerieën, huizen, tuinen en tradities van de stad.

 

Vanaf zijn stichting 1200 jaar geleden tot aan het begin van de 17de eeuw was Kyoto de hoofdstad van Japan. De keuze was zorgvuldig geweest, overeenkomstig de strikte regels van de geomantie, op een vlakte die in zuidelijke richting afloopt naar zee en geruggensteund wordt door bergen, als een zetel die keizer en keizerrijk beschermt. Er stroomt een rivier naar het zuiden en westen, en de bergen bieden bescherming tegen kwade geesten uit het noordoosten. Het paleiscomplex was de navel van de stad, en een rasterpatroon van straten verdeelde haar in oostelijke en westelijke wijken. Verscheidene malen werd Kyoto door branden en oorlogen verwoest en weer herbouwd, totdat het machtscentrum in 1868 definitief verhuisde naar Tokyo. Sindsdien heerst er een elegante, vreedzame gemoedelijkheid bij de aristocratische bewoners.

 

Zentuinen en theeceremonies

Onder een modern betonnen schild gaat het eeuwenoude Kyoto schuil. Oude kunstvormen en ambachten — dans, muziek, keramiek, kleurenhoutsneden, lakwerk en kalligrafie — bloeien er nog steeds. In Kyoto zijn de twee beroemdste theeceremoniescholen gevestigd. Het doel van de ceremonie, die in de 16de eeuw werd geïntroduceerd, was het bevorderen van bezinning en harmonie, en het theehuis is dan ook idealiter gevestigd in een complementaire tuin.

 

Japanse tuinen zijn niet zozeer natuurlijke omgevingen als wel door mensen bedachte concepten. Mooie objecten zoals rotsen, planten, bomen en vijvers worden vereerd als verblijfplaats van geesten en symbolen in een breder landschap. De ontwikkeling van het zenboeddhisme in de 15de eeuw stond aan de basis van een nieuwe soort ascetisme waarin eenvoudige elementen, zoals rotsen, aangeharkt zand en kiezelstenen, zodanig ten opzichte van elkaar werden gegroepeerd dat ze de contemplatie stimuleren.

 

In de Ryoan-ji (tempel) ligt de oudste overgebleven karesansui (rots-en-grindtuin) van Japan. Hij werd omstreeks 1500 aangelegd maar omstreeks 1935 'ontdekt', toen westerse architecten de loftrompet staken over het gebruik van de ruimte. De tuin is verbluffend sober: een rechthoek van 31 bij 15 m van geharkt wit kiezelzand, omringd door lage stenen muren. Er staan 15 rotsblokken opgesteld, waarvan je er nooit meer dan 14 tegelijk kunt zien. Het enige dat er groeit, zijn de mossen op de rotsen. Zijn de rotsen bergen of draken? Zijn de geharkte patronen golven of banen rijst in een sawa, of stellen ze het onderbewuste voor met de rotsen als punten van het bewuste? Een eenduidige interpretatie is er niet.

 

De bloeitijd van de Japanse kers

De open ruimten in Kyoto verschillen van de tuinen doordat het openbare leven van Kyoto zich alleen in de eerste afspeelt. April, met zijn bloeiende kersenbomen, is een favoriet thema voor Japanse kunstenaars en dichters.

 

Het uitlopen van de bloesems is het startsein voor een week feest. Een goede plek om dit gade te slaan is de Heian-jingo, een schrijn die in 1894 werd gebouwd ter herinnering aan de 1100ste verjaardag van Kyoto. Een andere is een 1,5 km lang pad dat bij de Nanzen-ji vandaan loopt, een van de grootste zentempels. Eigenlijk zijn het twee paden aan weerszijden van het Shishigatani-kanaal, waar professor Nishida Kitaro zijn vaste ochtendwandeling maakte. In de 54 jaar na zijn dood is dit Filosofenpad bijzonder populair geworden. Door het volgen van de bomenrij, die wordt afgewisseld met theehuizen en kunstnijverheidswinkeltjes, kom je langs drie tempels, waarvan een met een prachtige hellende tuin van geharkt gravel, zand, mos en in bloei staande bomen. Het pad eindigt bij de Ginkaku-ji, de Tempel van het Zilveren Paviljoen, gebouwd als een keizerlijke villa.

 

's Zomers vinden er tal van festivals plaats. Van 14 tot 17 juli staat de stad op z'n kop voor Gion matsuri, waarbij enorme praalwagens door mannen door de stad worden getrokken. De wijkbewoners sproeien en schrobben de straten voor wat verfrissing, en families hangen ongegeneerd hun kostbaarste bezittingen — kimono's, schermen en dergelijke — uit het raam om het vocht en schimmel van het regenseizoen te verdrijven. In het najaar gaan de inwoners van Kyoto naar de noordoostelijke voorsteden Arashiyama en Sagano, waar esdoorns en ginkgo's met hun schitterende herfstkleuren de heuvels in vuur en vlam zetten. Vlakbij liggen de tuinen van de Koryu-ji. Hier ligt de Reihokan (Schatkamer) met een van de meest gevierde oosterse beeldhouwwerken, de Miroku bosatsu. Dit roodhouten beeld van een slanke en elegante jongeman, verzonken in gelukzalige meditatie, is waarschijnlijk het werk van een 6de-eeuwse Koreaanse kunstenaar. De winter wordt bepaald door de viering van het nieuwe jaar, wanneer bijna de hele stad neerstrijkt op deYasaka-jinja, een schrijn in de wijk Gion, om kaarsen aan te steken met een heilig vuur en alle klokken te luiden om het kwaad van het afgelopen jaar te verdrijven.

 

De schatten van Nara

Een treinreis van krap een halfuur brengt je van Kyoto naar Nara, honderd jaar lang de hoofdstad van Japan. De parken, pagoden en schatkamers brengen het verleden weer tot leven, zonder een industrieel deklaagje. Het beroemdst is deTodaj-ji. Samen met de dochter tempels herinnert deze tempel aan de introductie van het boeddhisme. De tempel werd geopend in 752 en is het grootste houten bouwwerk ter wereld onder één dak. Het dak van de huidige Daibutsuden (Hal van de Grote Boeddha) is 18de-eeuws, maar het origineel was nog veel groter (88 bij 50 m). Het biedt onderdak aan een metalen boeddha van 15 m.

 

Praktische tips

  • Hoe je te gedragen: niet-Japanners doen er een leven lang over om de subtiele Japanse etiquette onder de knie te krijgen. Een paar tips: een ferme knik is voldoende, een diepe buiging is overdreven. Bij mensen thuis doe je je schoenen uit en slippers aan. Geef geen fooien. Neem kleine attenties mee, draag nette en schone kleren.
  • Extra meenemen: instappers.
  • Van tevoren aanschaffen: Japan Rail Pass.
  • Adressen: de westerse manier om huizen aan te duiden, bestaat niet. Vraag, vraag nog eens, en blijf vragen.
  • Beste reistijd: voorjaar voor de kersenbloesem; herfst voor de esdoorns; voor Nara eind oktober-begin november wanneer de Shosoin (schatkamer) is opengesteld in het Nationaal Museum van Nara.

 

Locatie