Het besef dat je op de hoogste plek ter wereld bent, en het aanschouwen van het schitterende Himalaja-gebergte op een heldere dag, zijn ervaringen die, in de woorden van de Ierse schrijver Dervla Murphy, 'niet moeten worden opgesloten in alleen maar woorden'. Vanuit Kathmandu kun je lopend of per bus, helikopter of vliegtuig naar Lukla, om je bij de aanhoudende stroom trekkers, sherpa's en dragers op de Everest Trail te voegen — de grootste handelsroute maar in de praktijk niet meer dan een ezelspad — naar het markt-plaatsje Namche Bazar, en dan verder naar het Everest basiskamp. De vlucht langs de rand van de Himalaja, een duizelingwekkend fries van witte pieken aan het einde van de wereld, is een passende ouverture voor wat er nog komen gaat. Beneden ligt het platteland van Nepal: roodbruin en goudkleurige heuvels die bewerkt zijn tot duizenden terrassen, zonder een spoor van moderne beschaving.

 

Ten noorden van de Himalaja strekt zich de grotendeels onbewoonde Tibetaanse hoogvlakte uit

« Ten noorden van de Himalaja strekt zich de grotendeels onbewoonde Tibetaanse hoogvlakte uit

 

Je kunt toegeven aan de aantrekkingskracht van Tibet en een onvergetelijke busreis maken van Kathmandu naar Lhasa. Heen en terug doe je er 10 dagen over, maar zorg voor een gedegen voorbereiding, zowel mentaal als fysiek en wat betreft uitrusting.

 

Na de opstanden en repressie van 1987 en 1989 was Tibet nagenoeg afgesloten van de rest van de wereld. Drie wereldrijken hebben er hun oog op laten vallen, het Britse, het Russische en als laatste het Chinese. De geografische isolatie van land, achter de hoogste bergen, de politieke isolatie na de Chinese inval in 1951 en de reputatie van spiritualiteit en magie zijn de afgelopen tijd versterkt door het opmerkelijke optreden van de dalai lama in het Westen, waardoor het land een nog romantischer uitstraling heeft gekregen. Tegenwoordig kun je naar Tibet vliegen vanuit Peking, Chengde en Kathmandu. Als je bereid bent uren te onderhandelen, kun je ook met eigen vervoer vanuit Nepal naar Tibet.

 

De werkelijkheid van het reizen

De bustocht is in handen van twee busmaatschappijen, een Nepalese en een Chinese, en aan de grens moet je overstappen. Al zijn de Nepalese bussen rijdende wrakken, de tocht van Kathmandu naar de Chinese grens door de hoge Himalaja duurt maar een halve dag. In de Nepalese grensplaats Kodari moet je ofwel lopen of je per vrachtwagen laten vervoeren over het 10 km brede stuk niemandsland naar de Chinese grens in Zhangmu (Chinees: Khasa). Het kan soms wel twee uur duren voordat alle grensformaliteiten zijn geregeld; daarna gaat de reis verder in een Chinese bus naar een hotel waar je de eerste nacht kunt doorbrengen (en dat misschien geen stromend water heeft, laat staan warm water). Vanaf hier voert de weg over golvende, verlaten hoogvlakten met hier en daar steile ravijnen of rotswanden. Op deze barre grond lijkt nagenoeg niets te groeien. De hooggelegen woestijn wordt tegen de moessons beschermd door de hoge omringende bergen.

 

Uitzicht op de Mount Everest

« Uitzicht op de Mount Everest

 

Op de tweede dag stijgt de weg tot 5500 m en gaat over de prachtige Lublungla-pas. Sommige mensen zullen er moeite krijgen met ademhalen. Bovendien kunnen degenen die voor het eerst zo hoog zijn, enorme hoeveelheden water (4 tot 5 liter) drinken, en misschien nog wat pillen tegen hoogteziekte slikken, zodat ze regelmatig langs de kant van de weg hun behoefte zullen moeten doen. Maar al die ellende en tegenslag zal ruimschoots worden beloond. In het zuidoosten ligt voor de horizon een bergrug met daar bovenuit één magnifieke en vertrouwde piramide: Mount Everest, 80 km verderop. Het uitzicht is zo overweldigend dat de buspassagiers er verder geen moeite meer mee hebben dat de reis naar het nietige Lhatse nog 12 uur duurt.

 

De volgende stop vindt plaats in Shigatse. In deze tweede stad van Tibet, waar betere hotels en restaurants zijn, staat het klooster van de panchen lama, de tweede in de hiërarchie na de dalai lama. Zijn 15de-eeuwseTashi Lhun-po-klooster biedt onderdak aan 600 monniken, bevat een 27 m groot beeld van Maitreya-boeddha en de met goud bedekte tombe van de 4de panchen lama. De lucht in de talloze donkere kapelletjes, met hun vergulde beelden, is zwanger van de geur van jakkenvet, waarvan kaarsen worden gemaakt, en beelden van boter, die uiteindelijk aan de honden worden gevoerd. Op een heuvel liggen de ruïnes van een fort dat verwoest werd bij de Chinese invasie van Tibet in 1959.

 

In Shigatse krijg je als bezoeker voor het eerst grote groepen Tibetanen te zien. Voor westerse begrippen zijn ze ongelooflijk arm. Stromend water is er een uitzondering, kinderen lopen ongeacht de kou meestal blootsvoets, en de allerkleinsten hebben gaten in hun kleren, zodat ze op straat hun behoefte kunnen doen zonder die kleren te bevuilen. Maar voor buitenlanders wordt die materiële armoede in evenwicht gebracht door een open gastvrijheid en een almaar toenemende nieuwsgierigheid. De Tibetaanse gewoonten en armoede staan in scherp contrast tot de zenuwachtige aanwezigheid van Chinese troepen en de betrekkelijke rijkdom die geïmmigreerde Chinezen tentoonspreiden. Die ontvangen financiële bonussen om in deze afgelegen en onherbergzame gebieden te komen wonen.


Gyantse, de vierde halte, is niet meer dan een kleine stad, maar ook hier zijn betere hotels, met warme douches. In het 15de-eeuwse Palkhor Chöde, een religieus complex, is een pelgrimscircuit aangelegd langs 108 kapelletjes en 9 verdiepingen. Een fort op de heuvel kijkt uit over het land. Hier vandaan is het nog een dag rijden naar Lhasa, over de 4900 m hoge Kampala-pas. Daar heb je een schitterend uitzicht op het Yamdruk-Tsho, een prachtig meer waarin de omringende besneeuwde bergen worden weerspiegeld. Traditioneel kwamen de lama's hiernaar toe wanneer ze om raad verlegen zaten bij het vinden van nieuwe reïncarnaties.

 

Het Potala-paleis, het winterpaleis van de Dalai Lama

« Het Potala-paleis, het winterpaleis van de Dalai Lama

 

Lhasa ('Stad van de zon') wordt gedomineerd door de reusachtige muur van het Potala-paleis. De stad is verdeeld in Chinese en Tibetaanse wijken. De Chinese appartementen ogen modern, onaantrekkelijk en Spartaans. Sinds een golf van anti-Chinees geweld aan het eind van de jaren tachtig en de daaropvolgende brute maatregelen van de Chinezen is de militaire aanwezigheid van die laatsten alom zichtbaar. Het centrale plein wordt dikwijls gebruikt voor het houden van militaire parades. De Tibetaanse wijken daarentegen bestaan uit smalle steegjes en wegen vol gaten. Op het eerste gezicht zien ze er verwaarloosd uit, maar ze bruisen van het leven. Er zijn een paar goede en diverse redelijke hotels, winkels en restaurants.

 

Het schitterend witte Potala-paleis ziet eruit als een golf van baksteen tegen de helling van de Marpori (Rode Berg). In dit 17de-eeuwse winterpaleis van de dalai lama zetelde vroeger de regering, nu is het een museum. De beide paleizen vormen een labyrint van duizenden kamers en kapelletjes, met de schitterende, met edelstenen bezaaide graftombes van vorige dalai lama's; verwonderd schuifelen pelgrims hun kant op. De meeste vertrekken zijn somber en verlicht door flakkerende kaarsen; de privé-vertrekken van de Dalai Lama zijn helder verlicht.

 

Praktische tips

  • Munteenheid: dollars in Nepal, dollars en yuan in China.
  • Klimaat: 's winters onbereikbaar; 's zomers kan het er 's nachts nog vriezen.
  • Beste reistijd: de reis is alleen 's zomers te doen.
  • Kleding: windjack, goede slaapzak.
  • Luchthavens: Kathmandu in Nepal en, minder nuttig, Lhasa.
  • Vier grootste gevaren: hoogteziekte als gevolg van zuurstofgebrek, maag- en darmproblemen, extreme uitdroging en wilde honden. 
  • Medicijnen: raadpleeg de huisarts voor middelen tegen hoogteziekte en infecties van maag en darm.
  • Belangrijkste deel uitrusting: fles(sen) water.
  • Nooit doen: ongekookt water drinken.

 

Booking.com

 

Booking.com