Booking.com

 

Op het drielandenpunt van Frankrijk, Italië en Zwitserland is het aardoppervlak verbrijzeld tot een grote brij van versplinterde rotsmassa's. Die zijn opgeworpen doordat, zo'n 200 miljoen jaar geleden, twee continentale platen met verwoestende kracht op elkaar botsten. Boven alles uit steekt de met ijs overdekte top van Europa's hoogste berg, de Mont Blanc (4807 m), omgeven door minder hoge pieken en diep uitgeslepen gletsjers, en door de angstaanjagende rotspunten die bekendstaan als aiguilles (naalden).

 

Chamonix is al een bergbeklimmersoord sinds 1786, toen Paccard en Balmat als eersten de Mont Blanc bedwongen.

« Chamonix is al een bergbeklimmersoord sinds 1786, toen Paccard en Balmat als eersten de Mont Blanc bedwongen.

 

De stad die het dichtst bij de Mont Blanc ligt en de logische uitvalsbasis is voor verkenningstochten in dit woeste en zinnenprikkelende landschap, is Chamonix. De Franse stad ligt in een groene vallei van de rivier de Arve, op een punt waar de met bossen bedekte hellingen en sappige alpenweien — 's zomers bestrooid met in het wild bloeiende bloemen — een lyrisch contrast vormen met de kale bergen aan weerszijden. Chamonix is allang niet meer het kleine bergdorp waar vandaan dokter Paccard en Jacques Balmat in 1786 vertrokken om als eersten de Mont Blanc te beklimmen — en waar John Ruskin jaar in jaar uit terugkeerde —, maar een grote en levendige stad, volgebouwd met hotels, restaurants en bars ten behoeve van toeristen, bergklimmers en skiërs.

 

Het landschap daarentegen, waar het licht en het weer voortdurend veranderen, is nog even mysterieus als altijd. Als de aiguilles getroffen worden door de laatste stralen van de dalende zon, kunnen ze soms gloeien als vlammende stalagmieten. Een andere keer gaan de bergen volledig gehuld in wolken en kijk je uit op een vriendelijk landschap van groene alpenweiden en donkere bossen. En dan lost plotseling de mist op en lijken de bergen zo dichtbij dat je ze bijna kunt aanraken, zo helder en onaards steken hun glinsterende contouren af tegen de donkere achtergronden.

 

Vanuit Chamonix kun je een tandradbaan naar boven nemen naar de Mer de Glacé, 1200 m breed en op sommige plekken wel 400 m diep. Fitte wandelaars kunnen hier kiezen uit verschillende tochten omhoog. Van dichtbij lijkt een gletsjer minder mooi maar des te machtiger. Van een wit glinsterend laken is niet veel meer over; het is een dreigende massa, met diepe groeven en vuil van de rotsen die hij onderweg meesleurt. Eenmaal boven kijkje over ijs en sneeuw uit op de piramidevormige Grands Charmoz en de aiguille du Dru — die eruitziet als een woeste staak die zojuist door het aardoppervlak omhoog is gestoken. Ga nooit zonder gids de gletsjer op, want dikwijls gaan er diepe kloven verscholen onder een dun laagje ijs of sneeuw. Met een korte rit per kabelbaan kun je een tochtje maken dwars door een tunnel, die tot helemaal binnen in de gletsjer is gegraven. Het is een bloedstollende ervaring: het licht gloeit groen op door het ijs en je hoort allerlei gekraak en geschuur dat je niet goed kunt thuisbrengen, terwijl de gletsjer zich centimeter voor centimeter een weg naar beneden baant. Door al die verschuivingen moet de tunnel elk voorjaar opnieuw worden aangelegd.

 

Uitzicht op de Mont-Blanc

« Uitzicht op de Mont-Blanc

Een duizelingwekkende helling

Het beste uitzicht op de Mont Blanc heb je waarschijnlijk als je de téléférique vanuit Chamonix neemt naar de top van de 3842 m hoge Aiguille du Midi. Vertrek op z'n laatst om 9 uur, want daarna wordt het meestal erg vol, en de top gaat 's middags meestal in nevelen gehuld. Kleed je warm aan, want zelfs 's zomers kan het op de top nog behoorlijk vriezen. De 3 km lange helling is een van de hoogste en steilste ter wereld en je moet echt geen last van hoogtevrees hebben wanneer je in een kleine kooi van metaal en glas hangt te slingeren op een hoogte van 600 m. Na een tussenstop in Plan de l'Aiguille om van cabine te wisselen, stijgt de téléférique naar de laagste van de beide pieken van de Aiguille du Midi, de Piton Nord, waar het station en een restaurant vervaarlijk boven de afgrond balanceren.

 

Vanaf hier kun je over een brug naar de hogere Piton Central, met erbovenop een telecommunicatietoren; met een lift kun je helemaal naar boven. Het uitzicht over ijsvlakten, gletsjers, kale rotsen en steile kloven tot aan de top van de Mont Blanc is ontzagwekkend. Zover als je oog reikt, doemt de ene met sneeuw bedekte bergkam na de andere voor je op, en helemaal in het oosten kun je — als het weer meezit — de Monte Rosa in Italië zien liggen en de opmerkelijke contouren van de Matterhorn in Zwitserland.

 

Vanuit het téléférique-station op de Piton Nord kun je verscheidene tochten per kabelbaan maken door de besneeuwde Vallée Blanche, via Pointe Helbronner — pal tegen de Italiaanse grens — en naar beneden aan de Italiaanse kant van de berg naar het plaatsje La Palud. Deze tocht van een halfuur zul je niet gauw vergeten: je overschrijdt de Frans-Italiaanse grens door van piek naar piek te swingen in een van ruigste en meest spectaculaire alpenlandschappen zonder een voet aan de grond te zetten. Vanuit La Palud rijdt een bus de 16 km terug naar Chamonix door de Mont Blanc-tunnel.

 

Een vleugje Italië

Het loont natuurlijk de moeite wat langer in Italië te blijven. De tunnel werd geopend in 1965 en komt uit in het Valle d'Aosta, en van de mooiste streken van Noord-Italië. De hoofdstad, Aosta, ligt over de weg nog maar 48 km van Chamonix.Tegenwoordig is het een drukke stad langs de weg van Frankrijk naar Turijn, maar toen Aosta nog Augusta heette, was het een buitenpost van de Romeinen in de Alpen. Het stadscentrum is levendig en karaktervol en heeft ontegenzeglijk iets Italiaans, met zijn elegante en brede boulevards en imposante Romeinse triomfboog.

 

In de zomermaanden kun je over de alpenweiden prachtige wandel- en trektochten maken, zoals door deze wei in de buurt van Chamonix

« In de zomermaanden kun je over de alpenweiden prachtige wandel- en trektochten maken, zoals door deze wei in de buurt van Chamonix

 

Aosta is ook de poort naar de Gran Paradiso, 20 km zuidelijker. Dit oudste nationale park van Italië wordt gedomineerd door de gelijknamige berg en bestrijkt een gebied van 70.000 ha woeste natuur — hoog gelegen bergvalleien onder eeuwige sneeuw, kale hellingen waaraan een enkele door de wind geteisterde spar zich vastklampt, sprankelende beekjes, bergmeertjes en, lager gelegen, welige alpenweiden waarvan de beboste hellingen geleidelijk plaats maken voor weilanden vol in het wild groeiende bloemen. Ooit was dit het jachtdomein van de Italiaanse koning Victor Emanuel II (1849—1878), maar tegenwoordig biedt het bescherming aan bedreigde dieren als steenbokken en gemzen. Als je dan geen kabelbaan en ski's meer kunt zien, kun je hier heerlijk gaan wandelen in de zuidelijke valleien: er zijn mooie routes uitgezet en op de juiste plaatsen bevinden zich schuilhutten.

 

Praktische tips

  • Munteenheid: euro.
  • Klimaat: bergklimaat; zelfs 's zomers kan het boven op de pieken vriezen.
  • Beste reistijd: december-maart voor het skiën; mei-september voor bergwandelingen.
  • Dichtstbijzijnde luchthaven: Lyon, Genève, Turijn.
  • Extra meenemen: zonnebril, zonnebrand, goede laarzen, warme, winddichte kleding, verrekijker.
  • Meer informatie: Office du Tourisme, 4 Place du Triangle-de-l'Amitié, Chamonix, Frankrijk, tel. 04.50.55.50.62, fax: 04.50.55.53.16. Piazza Chanoux8, Aosta, Italië, tel. 0165 74040.

 

Booking.com