Booking.com

 

De Galapagos-eilanden zijn voor een groot deel weinig spectaculaire, tamelijk bizar uitziende zwart vulkanische rotsblokken, hier en daar bedekt met wat struikgewas. Voor mooie stranden hoef je hier niet te zijn, voor bijzonder fraaie zwem- of surffaciliteiten evenmin, en al helemaal niet voor lekker eten en drinken. Hun aantrekkingskracht is dat ze natuurlijke laboratoria zijn waar je de evolutie aan het werk kunt zien. Hier zijn unieke specimina ontstaan, die door de 19de-eeuwse natuurvorser Charles Darwin zijn beschreven. Bezoekers die per vliegtuig of boot op het hoofdeiland Santa Cruz arriveren, kunnen de vermaarde Galapagos schildpadden zien die worden gekweekt in het Darwin Research Center even buiten de grootste stad Puerto Ayora. Nog verrassender zijn de dieren die je elders gratis in het wild kunt gaan bekijken. Een- of tweemaal per week vaart er een veerboot van Santa Cruz naar de andere grote eilanden, San Cristóbal, Santa Maria en Isabela; met kleinere particuliere bootjes kun je naar de kleinere eilanden.Ten slotte is er een vliegverbinding tussen Santa Cruz, San Cristóbal en Isabela.

 

Santa Cruz is het belangrijkste toeristeneiland, maar het heeft nog veel en gevarieerd natuurschoon, zoals deze baai, die alleen per boot is te bereiken

« Santa Cruz is het belangrijkste toeristeneiland, maar het heeft nog veel en gevarieerd natuurschoon, zoals deze baai, die alleen per boot is te bereiken

 

Het mooiste en grootste eiland is Isabela. Weliswaar is het qua oppervlakte meer dan half zo groot als de hele archipel, ontwikkeld is het nauwelijks. De grootste plaats, Puerto Villamil, heeft toeristen niet veel te bieden, avontuurlijk ingestelde bezoekers wat meer. Op het eiland zijn 6 vulkanen. In zee-engtes op een paar minuten lopen van de haven kun je hele scholen witpuntrifhaaien voorbij zien zwemmen. De reuzenschildpadden van dit eiland (een apart ras) zijn te bewonderen in een fokcentrum. In de krater van de vulkaan Alcedo komen nog veel meer levende dieren voor. Helaas gedijden wilde geiten goed tussen de struikgewassen op de vulkaanhellingen, waardoor het precaire ecosysteem is verstoord.

 

Elk eiland — waarvan een groot aantal naast een Spaanse ook een Engelse naam heeft, uit de tijd dat Britse en Amerikaanse walvisvaarders en schippers incidenteel gebruikmaakten van de eilanden — heeft een eigen karakter. Bartolomé is een caleidoscoop van rode, blauwe en zwarte lava aan de rand van glinsterende stranden; op Espanola komen opvallend makke spotvogels voor; Santa Cruz beschikt over één perfect wit zandstrand, waar je kunt zwemmen en snorkelen (al dan niet samen met een zeeleguaan of schildpad); de binnenlanden van Santiago worden weliswaar geteisterd door vraatzuchtige geiten, maar aan de stranden verblijven ongekend veel soorten zeedieren; en Santa Maria (Floreana) is beroemd om het stormachtige leven (en de dood) van drie Duitse excentriekelingen in de jaren dertig.

 

Maagdelijke isolatie

Zo'n 4,5 miljoen jaar geleden verrezen deze eilanden als lava op uit de zee na een vulkaanuitbarsting op 800 km uit de kust van het huidige Ecuador. Toen de rotsen afkoelden, dwarrelden uit het vasteland afkomstige zaadjes op de bodem neer, landden er vogels die uit de koers waren geraakt en spoelden er dieren aan op wrakhout. In deze maagdelijke isolatie ontwikkelden zij zich tot afzonderlijke wezens: vogels pasten zich nauwkeurig aan hun nieuwe omgeving aan, evenals reuzenschildpadden, 's werelds enige zeehagedis, een plaatselijke pinguïnvariant en honderden zeeleeuwen.

 

Veel soorten pasten zich aan hun eigen eiland aan — zo komt een niet-vliegende aalscholver alleen voor op Isabela en Fernandina —, want de grote eilanden liggen te ver uit elkaar voor een makkelijke uitwisseling. Toen Darwin ze in september 1835 zag, driejaar nadat ze door Ecuador waren opgeëist, vatte een nieuw idee over het leven op aarde in zijn hoofdpost. Het bekendst is dat hij werd getroffen door de 13 endemische soorten vinken, waaronder de spechtvink die zich tussen echte spechten nooit had kunnen ontwikkelen. Het resultaat was The Origin of Species (1859) met de vooronderstelling dat soorten hun bestaan niet zozeer aan een goddelijke schepping te danken hebben als wel aan een natuurlijke ontwikkeling — waarbij ze in de loop van de tijd veranderen door natuurlijke selectie. Evolutionaire ideeën waren niet nieuw, maar nog nooit waren ze met zo n overtuigend bewijsmateriaal gepresenteerd.

 

Achter de beide stranden van Bartolomé heeft de eilandvulkaan een verlaten landschap met hier en daar wat cactussen geschapen

« Achter de beide stranden van Bartolomé heeft de eilandvulkaan een verlaten landschap met hier en daar wat cactussen geschapen

 

Zelfs ten tijde van Darwin stond het wilde-dierenparadijs onder druk. De reuzenschildpadden, die wel 250 kilo zwaar kunnen worden en weken zonder water kunnen leven, werden al jaren door zeevaarders gevangen voor vleesconsumptie. De eilanden zijn naar deze dieren genoemd: oorspronkelijk heetten ze Las Encantadas, de Betoverde Eilanden, later pas Islas de los Galapagos (Eilanden van de Reuzenschildpadden). Sommige schepen vingen er een paar honderd en aten ze dan achter elkaar op. Na verloop van tijd vraten de ratten en honden die van de schepen afkomstig waren, de eieren op, en geiten namen de eetbare planten voor hun rekening. Van de oorspronkelijk 14 ondersoorten zijn er inmiddels 3 uitgestorven; vijf andere worden met uitsterven bedreigd. Niettemin zal de soort als geheel overleven: daarvoor is hun wetenschappelijke betekenis groot genoeg.

 

Een nationaal park

Onder deze menselijke druk, en de dieren die de mensen er importeerden, besloot Ecuador in 1959 de eilanden uit te roepen tot Nationaal Park. Omdat de eilanden een bijzonder populaire bestemming voor cruises zijn, met maar een paar goede hotels, is toegang tot de eilanden aan strenge regels gebonden; het aantal bezoekers is gelimiteerd en er wordt 80 dollar entree geheven. De meeste mensen komen in groepsverband met Amerikaanse cruiseschepen; anderen arriveren per vliegtuig uit de Ecuadoraanse hoofdstad Quito. Tegenwoordig levert het toerisme de grootste bijdrage aan de fondsen die wetenschappers in staat stellen de dieren en hun omgeving in stand te houden.

 

Op speciale tochten gaan toeristen naar nevelbossen vol vogels, naar merkwaardige lavatunnels en mangrovebossen waar schildpadden zwemmen. Voor de kust ligt South Plaza Beach, een strand vol vraatzuchtige zeeleeuwen en een woestijnlandschap dat wordt gedomineerd door stekelige cactussen.

 

De meeste kleinere eilanden zijn moeilijk te bereiken, maar Fernandina, even voor de kust van Isabela, is alleszins de moeite waard. Het is het eiland met de meeste vulkanische activiteit (de laatste uitbarsting dateert van 1995). Het is ook nog ongerept: ratten, geiten en honden hebben de oversteek vanuit Isabela nooit gemaakt. Van bezoekers wordt verwacht dat ze dat zo houden en de zeeleguanen met rust laten.

 

Praktische tips

  • Uitrusting: goede wandelschoenen, zaklantaarn.
  • Aanbevolen: zonnebrand, zonnehoed, lichte regenjas.
  • Beste reistijd: het hele jaar door, maar mei en juni zijn de aangenaamste maanden qua klimaat en is de grote toeristenstroom nog niet op gang gekomen.
  • Munteenheid: Ecuadoriaanse sucre, maar een stabiele munt is dat niet; wissel dus niet te veel in één keer.
  • Luchtverbindingen: vanuit Quito en Guayaquil.
  • Accommodatie: beperkt en niet goedkoop; boek dus ruim van tevoren.
  • Eten en drinken: vermijd geschilde vruchten en salades en drink alleen flessenwater. Het nationale gerecht van Ecuadoris gebraden Guinees biggetje met pindasaus en bier. Let op dat het geen gebakken rat is.

 

Booking.com

 

Booking.com