Eén van de clichés uit de reisliteratuur luidt dat alle beschrijvingen van de Grand Canyon clichés zijn — dat woorden alleen tekortschieten voor een adequate beschrijving van die onmetelijke grootsheid in het Colorado-plateau van Arizona.

 

Watervallen in het Havasu Indian Reserve

« Watervallen in het Havasu Indian Reserve

 

De omvang van de kloof tart elke verbeelding: op de bodem van de canyon passen maar liefst 64 Manhattans. Maar vooral de derde dimensie — de hoogte — spreekt tot de verbeelding. Er zouden nog eens drie lagen Manhattan nodig zijn — ruim 250 in totaal — voordat de hoogste wolkenkrabber boven de rand van de canyon uitstak.

 

Sinds 1919, toen een strook van 90 km werd uitgeroepen tot National Park, zijn de veranderende aangezichten van de canyon legendarisch. Het gesteente is overwegend dofrood, maar bij zonsopgang kleuren de tegenoverliggende wanden goud- en zilverkleurig, terwijl zonsondergang de richels in vuur en vlam lijkt te zetten. In het voorjaar drijft er 's ochtends een mist door de kloven, bij maanlicht steken de zijkanten wit af tegen de indigokleurige schaduwen. In de bosrijke omgeving ligt soms tot in mei nog sneeuw. Geen wonder dat er jaarlijks miljoenen toeristen op af komen. Er is een afzonderlijke toegang voor auto's, wandelaars, fietsers en buspassagiers. Het National Park beschikt over een eigen vliegveld en dagelijks pendelen er bussen tussen Flagstaff en Grand Canyon Village (waar een informatiecentrum is gevestigd). De campings zijn er druk bezet, de talrijke hotels zijn prijzig, overvol en moeten ruim een jaar van tevoren worden gereserveerd. De oude Grand Canyon Railroad, die tot 1953 nog functioneerde, is inmiddels weer operationeel en loopt tussen Williams, ten westen van Flagstaff, naar de South Rim.

 

De mensenmassa's hebben echter geen noemenswaardige invloed op de echte wildernis. Vanaf de makkelijk toegankelijke en drukke South Rim voeren twee goed onderhouden routes, de Bright Angel Trail en de South Kaibab Trail, naar beneden, weg van alle toeristische drukte van de East en West Rim Drives. Op beide trails zijn rustplaatsen ingericht, maar je hebt er wel 4 tot 5 uur voor nodig om de 13 km lange route, met een afdaling van 1408 meter, af te leggen, en 8 a 9 uur om weer naar boven te klimmen. Andere routes, zoals de BoucherTrail, zijn ruiger en alleen geschikt voor ervaren trekkers. Wandelaars doen er verstandig aan 4,5 tot 7 liter water mee te nemen voor een dagtocht. Wie ruimschoots van tevoren boekt, kan een muilezel meenemen of, beter nog, in Phantom Ranch op de bodem van de canyon blijven. Om er 's nachts te kamperen, heb je een aparte vergunning nodig.

 

Wildwater-rafters peddelen even rustig voort langs de loodrechte rotsen van Marble Canyon

« Wildwater-rafters peddelen even rustig voort langs de loodrechte rotsen van Marble Canyon

 

De North Rim (305 m hoog) is moeilijker bereikbaar en 's winters gesloten. In de beboste heuvels bevinden zich indrukwekkende uitkijkpunten, waaronder het hoogste punt van de canyon, Point Imperial (2683 m). Een afzonderlijke route, de North Kaibab Trail, loopt naar beneden, de canyon in, en is verbonden met de South Kaibab Trail, waardoor je een 20 km lange tocht van de ene rand naar de andere kunt maken. Over de weg bedraagt die afstand 377 km.

 

Eenmaal in de canyon komt de bezoeker in een andere wereld. Net als in de bergen verandert de natuur naargelang de hoogte (diepte) — 300 m in hoogte komt overeen met 480 km over land. Bergdieren zoals het dikhoornschaap komen er voor naast woestijnsoorten als ratelslangen, terwijl dieren die op de North Rim leven, volledig zijn afgesneden van de biotopen in het zuiden — elke Rim heeft zijn eigen eekhoornvariant.

 

Een rivier als een kettingzaag

Wanneer je boven aan de rand van de canyon staat, kun je nauwelijks bevatten dat water, dat je vandaar nauwelijks kunt zien, verantwoordelijk is geweest voor deze immense open wond in het landschap. Maar van dichtbij toont de Colorado-rivier zich een als een kettingzaag die onbeheerst tekeergaat en dagelijks een half miljoen ton sediment afvoert, waardoor het water volgens mensen ter plekke 'te dik is om te drinken en te dun om te ploegen'.

 

In zekere zin is de rivier, die het meest veranderlijke element lijkt te zijn in dit statische panorama, juist het meest stabiele: tenslotte is ze ouder dan het landschap dat ze heeft gevormd. Zes miljoen jaar geleden begon het erosieproces van de Colorado. Daarna begon het land zo langzaam te stijgen (met een 'snelheid' van 2,5 mm per jaar) dat de rivier voldoende tijd had om het stijgende oppervlak uit te slijten en een tegenstrijdig landschap te creëren: een rivier die van oost naar west stroomt en een plateau dat afloopt van noord naar zuid. Het resultaat is een dwarsdoorsnede van de geschiedenis van de aarde. In de Inner Gorge, waar de rivier nu stroomt, is te zien dat aardlagen die half zo oud zijn als de aarde zelf, ooit deel hebben uitgemaakt van een bergmassief. Een miljard jaar later lagen de bergen onder de zeespiegel; overblijfselen in de vorm van fossielen van de eerste levensvormen op aarde getuigen daarvan. Iets hoger duiden latere lagen op een opeenvolging van bergen, vlakten, koraalzeeën en vulkanen.

 

De opwindendste manier om de canyon te bezoeken, is per vlot (raft). Tot 1963 was dit een levensgevaarlijke onderneming, maar in dat jaar werd de aanleg van de Glen Canyon Dam voltooid en was de rivier bedwongen. In het National Park kunt u informatie krijgen over rafting-mogelijkheden in de canyon. Het aanbod varieert van rustige dagtochten tot meerdaagse wildwatertochten.

 

Havasu-Canyon: een wereld apart

Het is weliswaar een hele afstand naar de Havasu-canyon, waar sinds mensenheugenis de Havasupai-indianen wonen, maar het is dan ook een in rotsen gevatte parel die goed beschermd wordt tegen het verwoestende massatoerisme. De indianen verwierpen de aanleg van een verkeersweg naar hun dorp, Supai. Als je er nu wilt komen, moetje 96 km rijden over Highway 66 door bossen en over een hooggelegen plateau naar Hualapai Hill-top, en vervolgens bijna 13 km de canyon in lopen (of een tocht per muilezel maken). Supai is het enige Amerikaanse dorp met een postbode te paard. Supai heeft niet alleen een paar aardige huizen en een indianenmuseum, je kunt er ook kamperen en er is een herberg met 24 bedden — allebei druk bezet, dus tijdig boeken is noodzakelijk. Een indiaanse gids verzorgt tochten de canyon in langs drie watervallen die over de rode rotsen uitkomen in een turkoois bassin, Havasu Creek. De indianen worden, naar deze plek, 'Mensen van het blauwgroene water' genoemd. Op de bodem van de canyon verbouwen ze maïs, bonen, pompoenen en zonnebloemen.

 

Praktische tips

  • Lengte: 433 km.
  • Diepte: 1,6 km.
  • Breedte: 6-28 km.
  • Beste reistijd: half mei tot half juni, om de grootste toeristenstromen en de ergste hitte te vermijden.
  • Beste bezoektijd: 's morgens en 's avonds, wanneer het koeler is en het zonlicht op z'n mooist.
  • Klimaat: 's zomers tot ruim boven 38 graden; 's winters tot 18 graden onder nul.
  • Extra meenemen: goede wandelschoenen, flessen water.
  • Informatie: Grand Canyon National Park Visitor Center ((520)638-7888).

 

Locatie