Tientallen jaren kwam geen mens in Mongolië bij de Vlammende Rotsen, die beroemd zijn om de hier gevonden dinosaurusfossielen. Nu staat dit wetenschappelijk Mekka open voor iedereen.

 

Eén grote gebeeldhouwde wal noemden wij de Vlammende Rotsen, want 's ochtends vroeg of ; avonds laat lijken ze wel een berg gloeiende kolen.' Dat schreef de Amerikaanse ontdekkingsreiziger en wetenschapper Roy Chapman Andrews op zijn eerste expeditie (1922) naar fossielen in de Gobi-woestijn.

 

Bij de Vlammende Rotsen duiken nog steeds veel dinosaurusfossielen op, maar het gebied geniet nu een wettelijke bescherming

« Bij de Vlammende Rotsen duiken nog steeds veel dinosaurusfossielen op, maar het gebied geniet nu een wettelijke bescherming

 

Velen moeten toen jaloers zijn geweest dat ze er niet bij waren, maar het was slechts aan weinigen gegund. De daaropvolgende 70 jaar ging heel Mongolië op slot en verdween in het immense Sovjetrijk. Wie er nu naar toe wil, hoeft er maar om te vragen. Even buiten de woes-tijnstad Dalan Dzadgad zijn twee toeristenkampementen ingericht. Er rijden bussen en auto's op het 80 km lange traject naar de Vlammende Rotsen. Fatsoenlijke wegen zijn er niet — in heel Mongolië ligt maar 2400 km verharde weg.

 

Een excursie naar de zandstenen rotsen, die plaatselijk bekendstaan als Bayan Zag, steltje in staat een bezoek te brengen aan andere, minder bekende attracties in de buurt. De rotsen liggen even ten noorden van een nieuw nationaal park, de Drie Schoonheden geheten, genoemd naar de drie bergruggen die er liggen. Dit ingewikkelde ovaal van pieken, kloven, bergweiden en zand en grind vormt de meest oostelijke uitloper van het Gobi-Altaj-gebergte. Met een oppervlakte van 21.7000 km2 hoort de Drie Schoonheden tot de grootste nationale parken ter wereld. De steen woestenij, duinen en bergen bevatten een verrassend gevarieerde flora en fauna — waaronder sneeuwpanters en wolven. Er zijn zelfs berichten over het voorkomen van de uitzonderlijk zeldzame Gobi-beer, waarvan er nog maar 30 over zouden zijn.

 

Een van de bestemmingen is de Gierenkloof. Aan de noordzijde van de bergen voert een pad steil naar beneden een diepe kloof in; de zoete geur van jeneverbessen daalt neer vanaf de lager gelegen hellingen. De kloof zit barstensvol ijs, modder en grind. Je kunt er zien hoe het ijs 's winters zich tot wel 9 m hoogte kan optasten. De enorme hoeveelheid, samen met de overschaduwende pieken, zorgt ervoor dat het ijs 's zomers meestal niet de kans krijgt te smelten.

 

Ongeveer 160 km westelijker verrijst een smalle strook zand. Deze duinen, die tamelijk zeldzaam zijn in de Gobi, zijn wel de hoogste (240 m). Ze ontstaan wanneer de overheersende wind als door een trechter tussen twee bergmassieven door waait. Deze duinen 'zingen' bovendien. Dit spookachtige verschijnsel, dat naar verluidt een fatale aantrekkingskracht had op reizigers, ontstaat wanneer de wind uit de juiste hoek de met kiezelaarde overdekte zandkorrels doet bewegen. Daardoor ontstaat er een elektrische lading die een diep bromgeluid afgeeft.

 

Revolutionaire ontdekkingen

In dit deel van Mongolië zijn de Vlammende Rotsen veruit de grootste attractie. Ze kwamen in de belangstelling te staan van wetenschappers, nadat men in de jaren twintig een nieuwe kijk op de paleontologie had gekregen. Het grote brein achter de expeditie was Roy Chapman Andrews, die voor regisseur Steven Spielberg model stond voor Indiana Jones. Andrews was een kei in het organiseren van veldwerk. Hij had zich vooral op de Gobi-woestijn gestort omdat zijn superieur bij het Museum of Natural History in New York, Henry Fair-field Osborn, had voorspeld dat de sleutel tot het ontstaan van de menselijke soort in Azië moest worden gezocht. Wetenschappelijk gezien was dit nog bijna maagdelijk terrein. De logistieke problemen waren het grootst. Vroeger hadden expedities vertrouwd op kamelen, jaks en paarden. Bovendien waren ze traag en klein geweest en niet in staat veel voorwerpen mee terug te nemen. Andrews en zijn team vertrokken per auto's nadat ze kamelen met brandstof vooruit hadden gestuurd. Die tactiek maakte het mogelijk dat de tientallen wetenschappers het werk van 10 jaar in een paar-zomermaanden konden afronden. Na Andrews' vijf Cen-traal-Aziatische expedities (tussen 1922 en 1930) was de paleontologie voorgoed veranderd.

 

In 1922, na een zomer redelijk succesvol maar niet verrassend graven, kwam de grootste vondst bijna als een toevalstreffer. De fotograaf van de expeditie, J.B. Shackelford, stond op een dag aan de rand van een zandstenen bassin dat een ideale plek leek om op zoek te gaan naar fossielen. Hij daalde langs de zachte, steile helling naar beneden en zag onmiddellijk een kleine schedel. Binnen een paar minuten had hij andere stukken gevonden. Die avond, toen de zon haar stralen op de rotsen wierp, doopte Andrews de valleien en pieken 'The Flaming Cliffs'. Die naam bleek publicitair goud waard toen de expeditie triomfantelijk terugkeerde met 2000 fossielen. Bovendien had Andrews in zekere zin een ontbrekende schakel gevonden in de evolutie van reptielen. Dankzij de kleine schedel kon de herkomst worden vastgesteld van een in Noord-Amerika heel bekende groep dieren die worden vertegenwoordigd door de Triceratops. Wetenschappers noemden dit dier, ter grootte van een schaap, Protocera-tops andrewsi — Andrews' eerste hoorndrager. Het jaar daarop keerde Andrews terug naar de Vlammende Rotsen, en kwam met nog verbluffender resultaten thuis.Tot zijn nieuwe vondsten hoorden een snelvoetig roofdier, Velociraptor, dat nu vooral bekend is als de slimme en wraakzuchtige antiheld uit het boek en de film Jurassic Park. Ten slotte vonden de expeditieleden iets wat hen nog beroemder maakte: dinosauruseieren. Plotseling hadden dinosaurussen nieuwe eigenschappen gekregen: ze waren niet alleen maar lummelige reptielen uit populaire fantasieverhalen, maar vanaf nu ook aandoenlijke, moederende wezens. Bij zijn terugkeer wachtte Andrews een grootse ontvangst en verwierf hij de status van een Hollywood-ster.

 

Kameelhoeders beklimmen in de Gobi-woestijn een zandduin op een van de spaarzame plekken waar niet alleen grind en rotsen liggen

« Kameelhoeders beklimmen in de Gobi-woestijn een zandduin op een van de spaarzame plekken waar niet alleen grind en rotsen liggen

 

Het jaar daarop vertrok de grootste expeditie ooit naar Mongolië: 40 mensen, 8 voertuigen, 125 kamelen, I 5.000 liter brandstof en tonnen voedsel. In mei waren de leden weer bij de Vlammende Rotsen en ditmaal kwamen er bewijzen van menselijke aanwezigheid aan het licht — 12.000 tot 17.000 jaar geleden. Ten slotte vond Andrews de fossielen van 11, op ratten lijkende zoogdieren, waaruit bleek dat ten tijde van de dinosaurussen zoogdieren al goed ontwikkeld waren. Verborgen in de Vlammende Rotsen lagen de diepste wortels van het leven.

 

De volgende 70 jaar zat Mongolië opgesloten in het Sovjetrijk en waren de enige wetenschappers die in de voetsporen van Andrews konden volgen, afkomstig uit het Oostblok. De Nemegt-vallei bleek een tweede Fund-grube voor fossielen. Na 1990 en de implosie van het Sovjetrijk kwam er een nieuwe reeks expedities op gang, die voortborduurden op het werk van Andrews. Het Natural History Museum zorgde jaarlijks voor expedities naar de Nemegt-vallei, wat resulteerde in een stroom van nieuwe vondsten die bestaande theorieën over de herkomst van zoogdieren en vogels op hun kop zetten.

 

Praktische tips

  • Hoe kom je er: vlieg naar Oelan Baator, de hoofdstad van Mongolië, via Peking, Moskou en de hoofdstad van Kazakstan, Alma-Ata. 's Zomers gaan er wekelijks diverse vluchten naar Dalan Dzadgad, de stad in de zuidelijke Gobi-woestijn.
  • Accommodatie: Gobi Juulchin Camp, of de drie hotels in Dalan Dzadgad. Je kunt afspraken maken over excursies en dergelijke met Mongolische touroperators, en/of via het Hotel Oelan Baator of Hotel Bajan Gol in Oelan Baator.
  • Klimaat: 's zomers vaak boven de 38 graden en bijzonder droog. Als je per auto of bus reist, is de hitte te verdragen.
  • Slechtste reistijd: 's-winters, want dan daalt de temperatuur tot 40 graden onder nul.
  • Beste reistijd: juni—oktober.
  • Kleding: zonnehoed, goede schoenen en stevig jack - het kan er gemeen waaien.
  • Taal: Mongools en Russisch, en steeds vaker Engels.

 

Locatie