Aan de noordelijke periferie van Groot-Brittannië liggen nog gebieden die tot de ruigste en dunst bevolkte ter wereld horen. Op de Buiten-Hebriden — een 208 km lange boog van eilanden in het noorden van de Atlantische Oceaan en gescheiden van het Schotse vasteland door een zeestraat die de Minch wordt genoemd — ben je geografisch even ver van Londen verwijderd als in Genève of Frankfurt, en cultureel gezien ben je misschien zelfs nog verder van huis, want hier wordt nog Gaelisch gesproken.

 

Je kunt je intrek nemen in een boerderijtje (croft) en in alle rust van de eenzaamheid genieten. Tijdens lange wandelingen over de verlaten stranden in het heldere licht van de eindeloze zomeravonden hoor je alleen maar het gekrijs van de vogels en het blaffen van de zeehonden. Op een bewolkte nacht kun je bij nieuwe maan letterlijk geen hand voor ogen zien; als de bewolking wegtrekt, stralen de sterren aan de hemel en kun je soms het spookachtig dansende noorderlicht (aurora borealis) aan het firmament zien twinkelen.

 

Vanuit Ullapool vertrekken de veerboten naar de Buiten-Hebriden

« Vanuit Ullapool vertrekken de veerboten naar de Buiten-Hebriden

 

Een tocht naar de Buiten-Hebriden begint in Ullapool, een schilderachtig 18de-eeuws vissersplaatsje aan Loch Broom. Verbaas je niet als je in het stadje mededelingen in het Russisch tegenkomt, want Russische fabrieksschepen leggen hier vaak aan om vis te kopen van plaatselijke trawlvissers. Er zijn fatsoenlijke hotels, uitstekende visrestaurants en gezellige pubs. Geniet ervan zolang je kunt, want het landschap op de Buiten-Hebriden is weliswaar verpletterend mooi, maar in de steden en dorpen valt bar weinig te beleven. Bovendien dicteert de puriteinse Free Church of Scotland hier dat het aantal pubs beperkt is en dat op zondag alles is gesloten.

 

Als de veerboot de trossen losgooit in Ullapool voor de oversteek naar Stornoway (Steornabhagh), beginnen de meeuwen boven je te krijsen en cirkelen. Stornoway ligt aan de oostkust van het grootste en noordelijkste eiland van de Buiten-Hebriden. Dit'Long Island' bestaat uit twee delen: Lewis (Leodhas) en Harris (Na Hearadh). Stornoway is met 8000 inwoners de grootste stad van de eilandengroep. Een enkel oud hotel heeft nog een vleugje Victoriaanse grandeur, maar verrassender hier zijn de tandoori-restaurants — er is een kleine Gaelisch sprekende Pakistaanse gemeenschap. Voor het overige blijven gastronomische geneugten beperkt tot een vers en smakelijk zeebanket en de specialiteit op Lewis: gekookte jan-van-gent met aardappelen.

 

Alle eilanden zijn met elkaar verbonden via wegen of korte veer verbindingen. Haast is hier een onbekend verschijnsel: bussen rijden onregelmatig en zelfs als je in Stornoway een auto huurt, dan nog schiet het niet op vanwege het kronkelige verloop van de kustlijn. Vanuit Stornoway is het 40 km over kale turfgronden naar het noordelijkste puntje van het eiland, de rotsachtige, door stormen geteisterde kliffen van de Butt of Lewis.

 

In zuidelijke richting langs de kust kom je bij de Ring of Callanish, een neolithische stenenring van 47 'standing stones' die tussen 3000 en 1500 v.Chr. rechtop zijn gezet met een onbekende religieuze bedoeling. In het midden bevindt zich een graftombe die waarschijnlijk eeuwen of millennia later door een hoofdman voor zijn eigen graf is aangelegd. Eromheen staan 13 grote stenen van grijze gneis die als wrakhout zijn geaderd en misvormd. Op de plek waar Loch Seaforth, een fjord van Scandinavische allure, diep in het eiland snijdt vanuit het oosten, begin Harris. Het noordelijke deel ervan is heuvelachtig en naargeestig. Een smalle landengte, waar Tarbert, de belangrijkste haven, ligt, vormt de verbinding met South Harris, dat wel een eiland op zich lijkt. Het binnenland ligt bezaaid met keien en is onbewoond; alleen aan de oostkust liggen een paar vissersdorpjes zoals Kyles Stoc-kinish (Caolas Stocinis) en Ardvey (Aird Mhighe). De weg langs de oostkust is als gevolg van de diepe inhammen zo kronkelig dat je er rekening mee moet houden dat je in een van deze plaatsjes moet overnachten. Aan de westkust van South Harris kun je een hele dag wandelen, zonder een ziel tegen te komen, over de zandstranden waar de Atlantische Oceaan op beukt, en over machair (schelp-zandweiden) met duinen als achtergrond, 's Zomers staan deze weiden vol wilde bloemen die zo sterk geuren dat schepen zich er vroeger op oriënteerden.

 

De geur van wilde bloemen op het eiland Harris (hiernaast) is 's-zomers zo sterk dat schepen zich er vroeger op konden oriënteren« De geur van wilde bloemen op het eiland Harris (hiernaast) is 's-zomers zo sterk dat schepen zich er vroeger op konden oriënteren

 

Poort naar het zuiden

Vanuit Tarbert of Leverburgh in het zuiden van Harris vaart een veerboot naar het zuidelijker gelegen North Uist. Dit schitterende en zeer dun bevolkte eiland is met een weg verbonden met Benbecula en South Uist.Tussen de lange schelpstranden aan de Atlantische kust en het labyrint van rotsen, kliffen, eilanden en inhammen aan de oostkust liggen spectaculaire bergpieken zoals Beinn Mhor op South Uist.

 

Ten zuiden van South Uist ligt Barra, een met machair overdekt, slechts 18 km lang eiland. Het heeft enigszins aan schoonheid ingeboet als gevolg van het toerisme en een kleine luchthaven. Avontuur moet je zoeken in Cast-lebay (Bagh a Chaisteil), de oude haven in het zuiden van Barra, afgebeeld als Kiltoch in het Kuifje-album De zwarte rotsen. Hier kun je proberen een visser over te halen je mee te nemen op een bloedstollende tocht naar de zuidelijkste en ruigste eilanden van de archipel: Mingulay en Berneray. Boven de reusachtige kliffen van deze onbewoonde rotspunten in de onstuimige Atlantische Oceaan vliegen zeekoeten, drieteenmeeuwen en papegaaiduikers in het rond en bouwen hun nesten in elke spleet in de rotswand.

 

Mistig eiland

Vanuit Tarbert op Harris of Lochmaddy op North Uist varen veerboten over de Minch terug naar Skye, het grootste eiland van de Binnen-Hebriden. Skye (Eilean A'Ceo, ofwel 'Mistig eiland') is een oord van magische contrasten. Het gaat gehuld in nevel, die plotseling kan optrekken, en dan ontvouwen zich een heidelandschap en weelderige groene dalen en spectaculaire heuveltoppen. Hoewel het eiland maar 100 km lang is, is de kustlijn zo grillig als gevolg van de inhammen dat een tocht om het eiland 1600 km lang is. Rondom Skye zwemmen bruinvissen, walvishaaien en zwaardwalvissen; in de lucht patrouilleren zeearenden.

 

Of je nu uit Tarbert of uit Lochmady komt, je komt altijd aan in Uig, een kleine haven te midden van immense kliffen op Trotternish, het noordoostelijke schiereiland van Skye. Boven alles uit steekt een aantal indrukwekkende basaltpieken, Storr Rock geheten, een voorwereldlijke chaos van vulkanisch lava die nog maar pas door de aardkorst omhoog lijkt te zijn gestoken. Old Man of Storr is 53 m hoog en werd pas in 1955 voor het eerst beklommen. Aan de andere kant van het schiereiland staat in een nevel van opspattend zeewater nog een groep basalttorens, de Quiraing.

 

Por tree, de enige plaats van een zekere omvang op Skye, ligt beschut aan de voet van een steile klif in de hals van het schiereiland Trotternish. Het is een aantrekkelijke 18de-eeuwse haven vol fel geschilderde bootjes en een geschikte uitvalsbasis voor het verkennen van het eiland door het grote aantal hotels en Bed & Breakfasts. Naar het zuiden gaat de weg naar Broadford en de Cuillin Hills, de heuvels die bepalend zijn voor het zuidelijke deel van het eiland. Reis je vervolgens naar het westen, dan maken de Red Cuillins, een keten van granieten bergen, allengs plaats voor de hogere en spannender Black Cuillins. Deze grote zwarte wallen, waarvan de toppen dikwijls besneeuwd zijn, zijn meer dan 900 m hoog en vormen als bij een fjord een grote ring rondom Loch Coruisk.

 

Vanuit Broadford gaat de weg verder naar Kyleankin, dat nu met het vasteland is verbonden door een controversiële nieuwe brug. Als je dat een anticlimax vindt voor het einde van je Hebridiaanse odyssee, kun je altijd nog het veer nemen in het 6 km verderop gelegen Kylerhea.

 

Praktische tips

  • Bevolking: 30.000 mensen op de Buiten-Hebriden.
  • Munteenheid: Engelse en Schotse pond sterling.
  • Klimaat: maritiem; op zeeniveau vriest het zelden, maar houd het hele jaar door rekening met mist, laaghangende bewolking en stormachtige wind.
  • Beste reistijd: van het voorjaar tot het najaar; de herfstkleuren zijn schitterend.
  • Dichtstbijzijnde luchthaven: Glasgow, Stornoway.
  • Extra meenemen: insectenwerend middel, waterdichte kleding en goed schoeisel.
  • Souvenirs: Harris tweed, Schotse whisky (single malts).
  • Accommodatie: Bed & Breakfasts bieden, tegen een redelijke prijs, eenvoudige maar comfortabele bedden en zeer uitgebreid Schots ontbijt, met spek, eieren, 'kippers' (gerookte zoute haring).

 

Locatie