Tussen de tuinen en sinaasappelgaarden van Zuidelijk Spanje liggen nog resten van een oude Moors-Andalusische beschaving.

 

Oude Marokkaanse families zouden nog steeds in het bezit zijn van de sleutels van hun eeuwen geleden verloren huizen in Spanje. Toen grote delen van Europa nog in de duisternis van de Middeleeuwen schuilgingen, kende Zuid-Spanje een bloeiende islamitische beschaving, bekend als al Andaluz - Andalucia. De Moren, afstammelingen van Arabieren en Berbers, kwamen in 711 vanuit Marokko naar het noorden en hadden binnen vier jaar een groot deel van het Iberisch schiereiland veroverd. Het zou bijna acht eeuwen duren voordat de Spanjaarden het verloren terrein zouden heroveren. Ofschoon zij alles probeerden weg te vagen wat nog aan de Moren deed denken, zijn er nog tal van prachtige gebouwen overgebleven. Ook op andere terreinen hebben de Moren hun sporen in Andalusië achtergelaten: het trotste gevoel van onafhankelijkheid (de landstreek heeft vergaande bestuurlijke autonomie), in het landschap (dat met liefde werd geïrrigeerd), in de tuinen en pleinen in de steden, in de hartstochtelijke ritmes van de flamenco en zelfs in het eten, zoals gestoofd lamsvlees met amandelen of ajo blanco, een soep van knoflook, druiven en amandelen die rechtstreeks afstamt van een middeleeuws Moors recept.

 

De oude Moorse wijk van Cordoba bestaat uit talloze kronkelige straatjes met huizen met fraaie balkons aan rustige, boomrijke binnenplaatsen

« De oude Moorse wijk van Cordoba bestaat uit talloze kronkelige straatjes met huizen met fraaie balkons aan rustige, boomrijke binnenplaatsen

 

Het centrum van Moors Spanje was Córdoba, een moderne stad met goed bewaarde middeleeuwse stadswijken. Drie eeuwen lang werd het land vanuit deze grote handels- en universiteitsstad bestuurd. Vlakbij legden de Moren een compleet netwerk aan van irrigatiekanalen ten behoeve van de tuinen en de buiten de stad gelegen wijnen boomgaarden. Resten van die hortologische luxe zijn nog te vinden in de Patio de los Naranjos in de moskee (La Mezquita) en in Medina Azahara. Overigens was La Mez-quita de grootste moskee ter wereld na die van Mekka. Na de Spaanse Reconquista in 1236 werd de moskee verbouwd tot kathedraal. De minaret bleef behouden, maar werd later verwerkt in een barokke facade. Binnenin is een woud van 600 zuilen met een opeenvolging van roodwitte marmeren bogen. Buiten in een patio, waar de gelovigen eens hun voeten wasten voordat ze de moskee betraden, groeien nu sinaasappelbomen.

 

Onder het tolerante bewind van de Moren, die altijd een minderheid zijn gebleven in Spanje, groeide Córdoba uit tot een groot centrum van joodse cultuur. Ten noorden van La Mezquita ligt de Juderia (Joodse Wijk), een doolhof van nauw kronkelende steegjes; in veel oude huizen zijn nu chique restaurants gevestigd. Midden in de Juderia staat een uit 1315 daterende kleine, deels vervallen synagoge — een van de weinige in Spanje. Ze lijkt Moors van stijl, maar die is Mudéjar, het werk van islamitische kunstenaars die na de Reconquista in Spanje waren achtergebleven.

 

Een vitale stad

Na de ineenstorting van het kalifaat van Córdoba in de 11 de eeuw verschoof het centrum van de macht naar Sevilla, 110 km stroomopwaarts van de Guadalquivir. Sevilla, de grootste stad van zuidelijk Spanje, bruist van het leven en de bars en cafés zitten er dag en nacht vol met bezoekers. Dankzij de tuinen hangt er in de stad de geur van jasmijn. In het voorjaar vindt tijdens de Semana Santa (Heilige Week) een processie plaats waarbij boetvaardige mannen met hoge punthoeden op door de straten trekken, gevolgd door praalwagens met beelden van de Maagd en Christus.

 

Het Andalusische landschap is een harmonieus mengsel van geschakeerde landbouwpercelen, witte dorpjes en veraf gelegen sierra's

« Het Andalusische landschap is een harmonieus mengsel van geschakeerde landbouwpercelen, witte dorpjes en veraf gelegen sierra's

 

Daarna is het tijd voor de Ferma de Abril, een week lang feest waarbij mannen op paarden paraderen en vrouwen in zigeunerkledij dansen. Een aantal hotels is ondergebracht in oude statige huizen rond binnenplaatsen, maar tijdig boeken is hier wel het devies. Bijna overal in Sevilla zie je de schitterende erfenis van het Moorse verleden van de stad: de 92 m hoge minaret van La Giralda. Hij werd gebouwd aan het einde van de 12de eeuw, precies 50 jaar vóór het begin van de Reconquista, en doet nu dienst als toren bij de kathedraal die boven op de moskee werd gebouwd. Vlak bij de kathedraal ligt het Alcazar, het Koninklijk Paleis waar kortstondig Moorse en christelijke tradities met elkaar vermengd raakten. Begonnen in de 9de eeuw, werd dit complex voltooid door islamitische kunstenaars na de Reconquista. De bijgebouwen, versierd met arabesken en inscripties in zowel Arabisch als gotisch schrift, kijken uit op binnenplaatsen en tuinen met sinaasappel- en citroenbomen. Beneden aan de rivier kun je nog steeds de reusachtige sigaretten-fabriek zien waar Carmen, de tragische zigeunerheldin uit Bizets gelijknamige opera, ooit zou hebben gewerkt.

 

Een laatste opleving

In 1275 hadden de Moren zich teruggetrokken in Granada, 250 km ten zuidoosten van Sevilla in de onherbergzame Siërra Nevada. Hier vond de laatste opleving van de Moorse cultuur plaats. Twee uitlopers strekken zich vanuit de siërra tot in de stad uit en worden van elkaar gescheiden door het dal van de Rio Darro. Op de oever van die rivier ligt het Alhambra, waarvan de rode stenen en muren en torens oplichten in de avondzon. Het interieur is een prachtig staaltje van symmetrie en gracieus islamitisch ontwerp. Aan de voet van het steile pad dat naar de imposante Puerta de la Justicia leidt, plantte de hertog van Wellington tijdens de napoleontische oorlog een olmenbos.

 

Het Alhambra, het hoogtepunt van Moorse architectuur, ligt boven op een heuvel bij Granada. De benoeming is afkomstig uit het Arabisch en betekent "Rood Fort"

« Het Alhambra, het hoogtepunt van Moorse architectuur, ligt boven op een heuvel bij Granada. De benoeming is afkomstig uit het Arabisch en betekent "Rood Fort"

 

Een zuilengang wijst de weg naar de met arcades omgeven binnenplaatsen en bijgebouwen van het Casa Real (Koninklijk Paleis), dat bijna helemaal van hout en stucwerk is gemaakt en versierd met prachtige arabeskpatronen en gekalligrafeerde citaten uit de koran. Alles draait er om symmetrie, orde en water: vijvers en fonteinen in omsloten paradijselijke tuinen zijn rustpunten in de stoffige olijfgaarden en het droge mediterrane landschap in de directe omgeving. Het complex ligt te midden van terrasvormige rozentuinen die uitzien op de vlakten aan de voet van de bergen. Op de rotsachtige top van een van de uitlopers ligt het Alcazaba, een (nu enigszins vervallen) fort uit de 11de-13de eeuw. Vanaf de omwalling heb je een verrassend uitzicht op een stad: door de witte gebouwen met platte daken, de palmen en cipressen en de hoge minaret die scherp afsteekt tegen de hemel, lijkt dit wel Marokko, maar het is het Albaicin, een oude wijk die door de Moren werd gesticht nadat die in de 13de eeuw verdreven waren uit Baeza. De westelijke wal van deze oude Moorse citadel en de stadspoorten met hun hoefijzervormige bogen bestaan nog steeds. De meeste kerken zijn gebouwd op de fundamenten van moskeeën, en behalve tal van minaretten — nu klokkentorens — kun je nog steeds zien waar de gelovigen hun voeten wasten alvorens naar binnen te gaan.

 

Praktische tips

  • Bevolking: 7 miljoen (ongeveer 20 procent van Spanje).
  • Gebied: 87.300 km2 (17,3 procent van het Spaanse grondgebied).
  • Munteenheid: euro
  • Klimaat: mediterraan; juli-augustus 40 graden; 's winters sneeuw.
  • Beste reistijd: 's winters en in het voorjaar om de grote toeristenstroom te vermijden en sneeuw te zien op de toppen van de siërra's.
  • Dichtstbijzijnde luchthaven: Sevilla, Malaga, Granada, Gibraltar; naar Córdoba rijden treinen. Eten en drinken: sherry uit Jerez, met olijven en tapas (kleine gerechten). Vis (verse ansjovis), jabugo (ham), gazpacho (koude groentesoep).

 

Locatie