Booking.com

 

Bali is inmiddels een klassieke icoon van tropische schoonheid: sawa's die als reuzentrappen tegen de heuvels liggen, in wolken gehulde vulkanen, dicht oerwoud, lange zandstranden, ferme golfslag, een rijke cultuur en mensen wier vriendelijkheid haast spreekwoordelijk is. Het eiland heeft zijn aantrekkingskracht te danken aan een merkwaardig combinatie van geografische en historische invloeden. Het meet weliswaar niet meer dan 100 bij 64 km, maar het is groot genoeg voor voldoende verscheidenheid en toegankelijkheid. De vruchtbare bodem is het gevolg van vulkanische activiteit, die de rust slechts nu en dan verstoort. Ook al is het grootste deel van Indonesië islamitisch, op Bali is de dominante religie het hindoeïsme, met een eigen variant die officieel Agama Hindu Dharma heet. De 2,5 miljoen Balinezen leven te midden van een rijkdom aan religieuze ceremonieën en festivals die sterk bepalend zijn voor hun identiteit. Het centraal bergmassief dat als een ruggengraat over het eiland loopt, versterkt de gevoelens van isolatie en mysterie, die worden aangewakkerd door plaatselijke opvattingen over de heiligheid van de bergen.

 

Fel geschilderde prauwen na de vangst in het visrijke subtropische water voor de Balinese kust

« Fel geschilderde prauwen na de vangst in het visrijke subtropische water voor de Balinese kust

 

Bali lijkt in veler ogen een soort paradijs, ook al staat dat paradijs sinds decennia onder zware druk van de nog steeds aanzwellende stromen toeristen. De bekendste stranden liggen in het zuiden bij Kuta, Sanur en Nusa Dua. Vroeger waren dit kleine vissersplaatsen, inmiddels zijn het internationale beach resorts die hun faam danken aan strand, surf en zon, en opdringerige verkopers die het op je spullen hebben voorzien als je wilt gaan zwemmen. Elk jaar constateren honderdduizenden bezoekers, na hun landing op het vliegveld van de hoofdstad Denpasar, dat dit precies is wat ze zochten. Weliswaar is de golfslag niet te vergelijken met die in Hawaii, maar surfers zijn er gek op. (Overigens: er is plaatselijk nauwelijks materiaal te huur.)

 

Sporen van het paradijs

Bezoekers aan Bali vragen zich vaak af of het eiland al verpest is. 'Nog niet,' luidt al jaren het antwoord. Het landschap is er zo gevarieerd dat er altijd wel wat ongerepte natuur overblijft. Buiten de resorts valt er op Bali nog genoeg te beleven en kun je nog wat paradijselijke plekjes ontdekken. Vlak bij Denpasar ligt Ubud, de culturele hoofdstad van Bali. Het ligt veilig landinwaarts en is nog niet door toeristen onder de voet gelopen. Hier kun je nog eigentijdse voorbeelden van Balinese schilderkunst, dans, houtsnijwerk en architectuur bewonderen. Ook kun je er wandelingen maken langs sawa's en door dichte maar toegankelijke bossen. Een daarvan is het heilige Apenbos bij Sangeh. Hier leven tal van exotische apen die luid schreeuwen en soms bij je op de schouder komen zitten. Als je ze beleefd behandelt, zullen ze snel hun belangstelling voor jou verliezen. In Ubud noch elders is er gebrek aan goedkope maar eenvoudige overnachtingsmogelijkheden.

 

Culturele vitaliteit

De hindoecultuur kwam in de 11de eeuw vanuit Oost-Java naar Bali. Toen de Javanen zich in de 15de eeuw in groten getale bekeerden tot de islam, sloegen priesters en kunstenaars op de vlucht en staken Straat Bali over met medeneming van hun tradities, die tot op heden hebben overleefd. In elk dorp staat wel een tempel, in de meeste weilanden wel een schrijn. Daarenboven is de Balinese variant van het hindoeïsme een bijzonder vrolijke.

 

Tijdens festivals, die worden gevierd volgens twee plaatselijke en parallel lopende kalenders, worden alle zintuigen tot het uiterste op de proef gesteld. Er zijn dan hanengevechten, offerandes van schitterend geschikt voedsel, en processies die begeleid worden door gamelans (letterlijk: orkesten) met gongen, xylofoons, cimbalen en trommels. Vrouwen dansen een sierlijke pendet om de goden te verwelkomen. Het grootste festival is het 10 dagen durende jaarlijkse Gulingan. Dan dalen de goddelijke voorouders naar hun huizen af, waar ze worden verwelkomd met rituelen, offers en gebeden. Onder hen bevindt zich ook de oppergod Sanghyang Widhi.

 

Ofschoon de meeste Balinese tempels bij afzonderlijke plaatsen horen, is de heiligste plek, Pura Besakih, op de hellingen van de heiligste berg, de Gunung Agung, van alle eilandbewoners. Dit 1000 jaar oude complex, dat bestaat uit 30 afzonderlijke tempels, met stuk voor stuk typisch Balinese strodaken, is de lokale tegenhanger van een kathedraal. De Gunung Agung ('Navel van de Wereld') domineert met zijn 3140 m het oostelijke deel van het eiland. De vroeger perfecte kegel werd er in 1963 afgeblazen bij een uitbarsting die aan duizenden mensen het leven kostte. Hele dorpen werden weggevaagd, maar het tempelcomplex, bijna halverwege de berg, bleef gespaard. Het Balinese nieuwe jaar wordt hier telkens in maart met uitgebreide rituelen gevierd.

 

Op de terrasvormige sawa's groeit het belangrijkste Balinese gewas

« Op de terrasvormige sawa's groeit het belangrijkste Balinese gewas

 

Wie zich fysiek eens goed wil inspannen, kan de zwavelkleurige krater van de Agung beklimmen vanaf de tempel of via een aantal andere routes. Welke route je ook kiest, ze zijn bijna allemaal even steil en je bent een dag onderweg. Als je hier geen ervaring mee hebt, doe je er verstandig aan een gids te huren — of in ieder geval te zorgen voor een zaklantaarn, regenkleding, een fles water en warme kleren voor het geval je verdwaalt op de bosrijke, lager gelegen hellingen en niet vóór het invallen van de duisternis terug bent. Wie eventjes geen gebronsde surfer meer kan zien, kan de stranden aan de noordkust in de buurt van Singaraja proberen. Hier is geen golfslag als gevolg van een koraalrif, maar het is natuurlijk een prachtige plek om te duiken.

 

Een van de grote geneugten op Bali is het verkennen van de keuken. Je kunt er Indonesisch en westers eten krijgen, maar het is de moeite waard op zoek te gaan naar restaurants die plaatselijke gerechten serveren zoals babi guling (aan het spit geroosterd speenvarken), bebek betutu (eend in bananenblad, gevuld met groenten en kruiden), kikkerbilletjes en zeekreeft. Daarnaast is Bali een heus fruitparadijs. Vermaard zijn de harige, oranjerode rambutan (een boomvrucht), de mangosteen (een ronde boomvrucht met een bittere donkerpaarse schil en daarin sappig wit fruitvlees) en de durian (een vrucht met zacht, witgeel vruchtvlees waarvan smaak en geur even controversieel zijn als die van Limburgse kaas). Het enige dat nog aan de voormalige Nederlandse kolonisator herinnert, is het in licentie gebrouwen bier van Neerlands grootste brouwer.

 

Praktische tips

  • Luchthaven: Denpasar.
  • Klimaat: tropisch en nooit koud. De gemiddelde temperatuur ligt tussen 20 en 30 graden.
  • Munteenheid: rupiah, maar die is erg gevoelig voor devaluaties; Amerikaanse dollars zijn welkom.
  • Religie: in grote meerderheid hindoe; in het noorden leven kleine groepen moslims en christenen.
  • Beste reistijd: drogere seizoen, april-oktober, maar het hele jaar door kunnen er zware buien vallen.
  • Kleren: een trui en regenkleding als je van het strand weg gaat. In de bergen kunnen de nachten koud zijn.
  • Slechtste reistijd: rond Kerstmis en mei-augustus, als Bali wordt overspoeld door Australische toeristen.
  • Strandminnaars: T shirts, zonnebrand, hoeden, insectenwerende middelen, zaklantaarn.
  • Surfers: surfboard, wetsuit booties, hars, versteviger, glas, schuurpapieren eerstehulpdoos (koralen en zee-egels kunnen vervelende sneeën veroorzaken).
  • Beste surflocatie: Ulu Watu
  • Gezondheid: zorg voor inentingen tegen hepatitis a, tyfus en dtp, en gebruik malariapillen. Drink geen kraanwater maar koop flessenwater, pas op met rauwkost en geschild fruit; wees voorzichtig met het eten bij voedselkraampjes langs de weg en met ijsblokjes en schepijs. Hondsdolheid komt veel voor, dus pas op voor beten van dieren.

 

Booking.com